Op zijn nieuwste album Aosem zingt Daniël Lohues het liedje ‘Waor Gaon We Naortoe’. Lohues is niet alleen mijn gitaarheld maar ook mijn Drentse huisfilosoof. Zijn gevoelige teksten voelen de tijdgeest haarfijn aan. Het nummer is wat mij betreft de waardige opvolger van Mieke Telkamp’s uitvaarthit ‘Waarheen Waarvoor’.

In de begeleidende clip rijden we in de nacht over een eindeloze, alleen door koplampen verlichte asfaltweg.
Lohues zingt ondertussen: “Waor goan we naortoe/ Waor goan we hen/In het donker deur de nacht/ Onderweg naor weer ’n dag.” Mieke Telkamp had het nog over “de taak die ons wacht” en “de poort die ons binnen laat”. Maar bij Lohues is het besef van een bestemming verdwenen. De mensheid is een mierenhoop, een wirwar zonder regels, “de zölfde kaante op, en iederien mar denken, ik ben vrij in de kop”.

Vanaf ‘t eerste leben
in de eerste modderpoel,
Tot de wereld van vandaage
Hef het leben volgens mij gien doel
‘n Onveurstelbaar toeval
Wat zolang de zunne ‘t döt niet stopt
‘n Mens hef ‘t besef
Die is vrij in de kop

Alles is toeval, het leven heeft geen doel. In het Platoonse wereldbeeld van het traditionele Christendom waren er twee werelden, een vergankelijke en een eeuwige. Jij bent voor de hemel bestemd. Met dat doel voor ogen kun je je leven ordenen, er richting en structuur in aan brengen.
Nu leven we in de wereld van Darwin: niets is eeuwig, wat er is had er ook niet, of had ook anders kunnen zijn. Dat geldt in de natuur, maar ook in de samenleving. Alles is altijd in beweging, niets staat vast. Nog voordat je op een verandering bent ingesteld, wordt zij al weer ingehaald door een andere. Dat besef doortrekt ons levensgevoel vandaag. James Joyce bedacht er een nieuw woord voor: we leven in een ‘chaosmos’.

Is het leven nu zinloos geworden als het geen reis naar de eeuwigheid meer is? Het lijkt er niet op. De meeste mensen vandaag wanhopen ook helemaal niet ook al zeggen filosofen dat het leven absurd is. Voor hen heeft het leven geen ander doel dan … het leven zelf. Ook ik leef in dat besef, en week me innerlijk los uit de Twee Werelden-voorstelling van het traditionele Christendom. Er is maar één wereld, en dat is deze. Ik heb maar één leven, en dat is dit. Het rare is dat ik er niet zwartgallig van word, ook niet minder gelovig. Integendeel. Ik besef – “vrij in de kop” – meer dan ooit wat genade is en dankbaarheid, en wat voor een onvoorstelbaar geschenk dit leven is. Ik had er ook niet kunnen zijn. Maar ik – en jij, en jij, Godzijdank – we zijn er!

Column “De Verwondering”, maart 2016, nummer 1, p. 66