Niemand tot last zijn (Column De Verwondering #4 2018)

Uitgelicht

Nederland vergrijst, maar heeft er geen antwoord op. De publieke discussie over onze oude dag verengt zich tot misstanden in het verpleeghuis en wordt gegijzeld door het politieke debat over voltooid leven. Mogen we zelf uit het leven stappen op het moment dat we dat willen en mag de arts er dan bij helpen?
Onderzoeker Els van Wijngaarden ging in gesprek met vijfentwintig ouderen die expliciet aangaven dat zij klaar waren met leven en dood wilden. Zij ontdekte dat achter die doodswens een hele wereld aan ambivalente gevoelens schuilgaat. Twee gevoelens sprongen eruit: deze mensen waren eenzaam en tegelijk bang om afhankelijk te zijn van anderen.

‘Ik wil niemand tot last zijn’ – je hoort het alom onder ouderen, ook onder hen die niet kiezen voor een dood in eigen regie. Mijn inmiddels overleden ouders heb ik dat nooit horen zeggen. ‘Als er maar goed voor mij gezorgd wordt’ zei mijn moeder toen ze het verzorgingshuis (dat bestond toen nog) inging. Misschien was dat een gevoel dat onder vorige generaties algemeen was: als je oud en afhankelijk wordt, behoort er voor je gezorgd worden. Dat spreekt vanzelf, daar hoef je je niet schuldig onder te voelen.
Mijn generatie, die van de babyboomers, staat anders in het leven. Voor ons is persoonlijke autonomie de hoogste waarde. Zelfredzaam willen we blijven tot het einde toe, en het leven in eigen regie houden. En als dat niet meer kan, dan mag het zo snel mogelijk afgelopen zijn, al dan niet met hulp van anderen.
Achter dit ‘Ik wil niemand tot last zijn’ gaat een diepe angst voor afhankelijkheid van anderen schuil. Hulp van anderen ontvangen is een inbreuk op onze zelfredzaamheid. Daarom durven we geen beroep te doen op onze kinderen, want die ‘hebben hun eigen leven’. En bij hulp van buren waar we niks tegenover kunnen stellen, voelen we ons meteen schuldig. Zorg ‘inkopen’, vinden we OK, maar zorg ontvangen om niet, nee liever niet.
Geven en nemen, voor wat hoort wat – het zit ons in het bloed. De neoliberale cultuur van ‘je eigen broek ophouden’ versterkt die neiging alleen maar. We willen best iemand bedanken die we dank verschúldigd zijn. Maar simpele goedheid ontvangen, zonder ‘dank je wel’ als tegenprestatie, het gaat ons slecht af. We willen altijd iets terug doen. Dan houden we zelf de regie.
Ik wil zelf graag heel oud worden. Maar ik denk dat ik dat nooit zelf red met alleen mijn zelfredzaamheid. Daarom probeer ik steeds meer van mijn gesloten vuisten geopende handpalmen te maken. En oefen ik me hoe ik goed kan doen zonder dat ik dat doe om me er goed bij te voelen.

De Verwondering #4, december 2018, 34

De heilige onrust van de pelgrim (Omnes, najaar 2018)

Uitgelicht

Pelgrims geloven met hun voeten. Hun rugzak is hun altaar, hun reisgids hun missaal, hun wandelschoenen zijn heilige voorwerpen en hun blaren zijn hun stigmata. Geloof is aards geworden en lichamelijk.

Duizenden kiezen er jaarlijks voor om een paar weken of maanden langs eeuwenoude routes naar Santiago de Compostella, Rome of verder te lopen. Sommigen gaan op pad na een persoonlijke crisis, of als begin van hun pensioen. Ze zoeken zichzelf, het contact met de natuur, met de geschiedenis, met anderen. Anderen doen het simpelweg omdat ze het gedaan willen hebben. Wat bezielt deze nieuwe pelgrim?

Een beknopte samenvatting van het boek HEILIGE ONRUST, een pelgrimage naar het hart van religie.  Lees verder »

Wittgenstein’s hut (Column PThUnie, 2018 #3)

Uitgelicht

Op vakantie verblijven we een paar nachten in Skjolden, aan eind van de Sognefjord, 200 km diep in Noorwegen. Ik zie op een oriëntatiepunt dat we 3,7 kilometer van de hut zitten die de filosoof Ludwig Wittgenstein daar voor zichzelf bouwde, en waar hij zijn Tractatus Logico-philosophicusen Philosophische Untersuchungenuitdacht.

Wittgenstein – als architect geschoold – ontwierp en bouwde het huisje in 1913/1914, en kwam er, tot zijn dood in 1951, meerdere malen terug. Na die tijd verviel het en tot voor kort waren alleen de fundamenten ervan nog over.

Ik had in deze vakantie boeken bij me van Thomas Merton, de monnik en mysticus.  Ook Wittgenstein had iets van een monnik en een mysticus. Lees verder »

Genadeloos (Column De Verwondering #3, 2018)

Uitgelicht

‘Pas op kleine handjes wat je doet… ‘ ‘Pas op kleine voetjes waar je loopt… ‘ Pas op kleine oortjes wat je hoort…’  – zo gaat een oud, christelijk kleuterversje. Een vreselijk liedje. Het refrein eindigt met: ‘Want er is EEN in de hemel die alles ziet wat je doet.’ Drie of vier jaar ben je, en dan wordt je prille kinderziel al doordrongen van schuldbesef. Van die God mag niks. En je mag van Hem zeker geen fouten maken of domme dingen doen.

Deze God is een Alziend Oog, dat nooit eens toeknijpt. Genadeloos registreert het hoe je je belastingaangifte iets teveel in je voordeel invult, fantaseert over je mooie buurvrouw, of met een leugentje om bestwil onder een afspraak uitkomt.

Lees verder »

De Preek van de Eeuw (Column PThUnie, juli 2018)

Uitgelicht

De bruiloft van prins Harry en Meghan Markie op 19 mei 2018 zal herinnerd worden als de bruiloft van de preek. Bisschop Michael Curry hield, zoals alleen Afro-Amerikaanse voorgangers dat kunnen, een meeslepend en vurig pleidooi voor de liefde. ‘Love is the way… Liefde is niet zelfzuchtig, en als ze een offer brengt, krijgt ze bevrijdende kracht en kan ze de wereld veranderen’, klonk het over de hoofden van het bruidspaar heen. Het was alsof Martin Luther King’s visioen uit 1963 (‘I  have a dream…’) weer tot leven kwam.

De bisschop stal het hart van miljoenen. En terecht. In mijn Facebook bubbel waren collega predikanten lovend en natuurlijk ook een tikkeltje jaloers. Zo zouden ze zelf ook graag een huwelijkspreek willen houden: bezield en uit het hoofd. Maar het belangrijkste was natuurlijk dat het evangelie weer eens voor een wereldpubliek had geklonken. Liefde is de weg! Jezus begon met die boodschap een revolutie in de geschiedenis van de mensheid, stelde Curry. De liefde van God is een macht die de wereld kan veranderen. Buurten en gemeenschappen, regeringen en naties, bedrijfsleven en de financiële sector – als de liefde het daar voor het zeggen krijgt is er geen armoede meer en zijn de zwaarden tot ploegscharen omgesmolten. Lees verder »

Ja! (Column De Verwondering, 2018 #2)

Uitgelicht

Nee zeggen ligt ons beter dan ja. ‘Nee, ik denk er anders over dan jij.’ ‘Neen, je ziet het volgens mij verkeerd.’ ‘Neen, het is niet zoals je denkt.’ Ons neen schept duidelijkheid. We weten weer waar we staan. Als we eens ja zeggen, voegen we er meestal gauw een ‘maar’ aan toe. ‘Ja, maar…’ Neen zeggen is onze persoonlijke identiteitspolitiek: door duidelijk te markeren wie we niet zijn, zijn we tenminste iemand.

We zijn zo vertrouwd met de reflex waarmee we ons afgrenzen tegen anderen dat we niet eens in de gaten hebben dat we er een geloof van hebben gemaakt. Het neo-liberalisme is de religie van dit verinnerlijkte wantrouwen. We geven het zelfs aan onze kinderen op school mee: onderscheid je van anderen, ‘maak het verschil’! Lees verder »

Voor eeuwig zeventien (Column Gerôn, juni 2018)

Uitgelicht

Wat is jouw absolute leeftijd? Harry Mulisch – zelf voor eeuwig zeventien – kwam op het idee in de jaren zestig. „Ik bedacht me dat iedereen een ‘absolute leeftijd’ moest bezitten, die nooit veranderde. Een leeftijd die eerder wordt bepaald door emotie en karakter. Zo was het voor mij onmiddellijk duidelijk dat Jan Hein Donner, mijn boezemvriend, de absolute leeftijd van twee jaar had.” Cees Nooteboom werd in De Herenclub, de groep vrienden met wie Mulisch decennialang op maandagavond dineerde, juist op twee en zeventig geschat. Henk Hofland hield het voor zichzelf op twaalf. Kees van Kooten heb ik horen zeggen dat zijn absolute leeftijd acht was – hij kon zich moeiteloos verplaatsen in de wereld van zijn achtjarige kleinzoon. En toneelregisseur Johan Simon had het in Zomergasten over de jong overleden acteur Jeroen Willemse als iemand die met een ‘oude ziel’ geboren was. Lees verder »

Angst voor de mythe. Of de zoektocht naar de ‘historische Jezus’ (boekbespreking)

Uitgelicht

Tags

Bespreking van

Arne Jonges, Angst voor de mythe. Of de zoektocht naar de ‘historische Jezus’, Van Warven: Kampen 2018, in: Schrift. Tijdschrift over de bijbel. Jg 50, nummer 2, mei 2018, pp. 60-61.

Met Angst voor de Mythe heeft de vrijzinnige emeritus-predikant Arne Jonges een eerbetoon aan zijn grootvader, de nieuwtestamenticus G.A. van den Bergh van Eijsinga (1874 – 1957) willen brengen. Deze verdedigde de stelling dat het christendom is ontstaan uit een verlossingsmythe die in de vroege kerk werd terug geprojecteerd in de historische figuur van Jezus van Nazareth. Die Jezus, concludeerde hij, heeft nooit bestaan. Lees verder »

Opnieuw beginnen. De Vrijzinnige Lezing (Geertekerk, Utrecht, 16 maart 2018)

Uitgelicht

[klik hier voor een uitgebreide versie met voetnoten]
 „Die Leben-Jesu-Forschung ist eine Wahrhaftigkeitstat des protestantischen Christentums.“ (Albert Schweitzer)

„… if historical reconstruction is often a minefield, historical Jesus reconstruction is all mine, no field.‘ (John Dominic Crossan)

 ‘Reject God but Follow Jesus’

Ik weet niet of hij er nog staat: Londen, Hyde Park, Speaker’s Corner, zondagmiddag. Op de zeepkist staan lekenpredikers die het eeuwig zielenheil beloven, of die de stelling nemen in het politieke debat van het moment.  Ik heb een zwak voor de man met het bord ‘Christian Atheism’ om zijn schouders en de tekst ‘Reject God But Follow Jesus’ aan zijn voeten. Tussen de fanatieke moslims zwaaiend met de Koran en christelijke doempredikers hevig gesticulerend met hun Bijbel neemt hij theologisch een opmerkelijke positie in. Als toehoorder word je in een soort double bind meegenomen: Religie nee, Jezus ja. Hoe verzin je het? Lees verder »

Kinderspel (Column De Verwondering #1, 2018)

Uitgelicht

Ook al was ik ooit fan van The Doors, ik heb me nooit aan de psychedelische drugs gewaagd waaraan de band zijn naam te danken had. Ze werden lead-zanger Jim Morrison in 1971 uiteindelijk ook fataal. De naam van de band verwees naar The Doors of Perception, titel van een essay van goeroe-schrijver Aldous Huxley. Hij beschrijft daarin hoe je de ‘Poorten van de Waarneming’ wijd open kunt zetten met mescaline en LSD. Wat je dan niet allemaal kunt ervaren! Huxley haalde de titel op zijn beurt weer bij een gedicht van William Blake vandaan:

“If the doors of perception were cleansed every thing would appear to man as it is, Infinite. For man has closed himself up, till he sees all things thro’ narrow chinks of his cavern.”

Lees verder »

Opnieuw beginnen. De Vrijzinnige Lezing 16 maart 2018.

Uitgelicht

Op vrijdag 16 maart 2018 mag ik de tweede Vrijzinnige Lezing verzorgen, met als titel:

‘Opnieuw beginnen. Radicale theologie tussen vrijzinnigheid en orthodoxie’

In deze lezing wil ik verkennen of een radicaal nieuw begin mogelijk is voor de christelijke theologie. In de overtuiging (1) dat het daarin blijft draaien om Jezus van Nazareth, maar dat (2) we verraad aan hem plegen als we opnieuw een religie van hem maken.

Manuela Kalsky en Wouter Slob dienen mij van repliek.

Praktische informatie:
Datum: 16 maart 2018
Locatie: Geertekerk Utrecht
Tijd: de lezing begint om 20.00 uur, de kerk is open vanaf 19.30 uur
Opgave: via deze website

Ultralicht leven (Column De Verwondering, december 2017)

Uitgelicht

Er staat nergens in de Bijbel dat Jezus lachte, maar hij moet een blij mens geweest zijn. Hij leefde immers als de vogels in de lucht en de lelies op het veld. Zonder dak boven zijn hoofd, maar ook zonder zorgen voor de dag van morgen. Voor een cursus ultralicht leven moet je bij hem zijn. Don’t worry be happy. Bij de mens Jezus dan wel, en niet bij de uitdrukkingsloze hemelse figuur die later van hem gemaakt is. De ‘historische Jezus’ die moderne bijbelwetenschappers overhouden als ze de verflagen van de geschiedenis eraf proberen te krabben, is een kunstenaar die danste op het ritme van het leven. ‘Maak je niet druk over wat je eet of over je kleren, zoek liever het Koninkrijk van God.’ Lees verder »

In onrust onderweg (collegiaal gesprek, PThUnie, jg 11, nr 3, november 2017, 10 – 13)

Uitgelicht

Rome, Jeruzalem en Santiago de Compostella – het zijn in deze contreien dé drie klassieke pelgrimsbestemmingen. PThU-docent Jodien van Ark liep de eerste twee, hoogleraar ethiek Frits de Lange schreef een boek, Heilige Onrust, naar aanleiding van de populariteit van de derde. Voor PThUnie gingen de twee PThU-collega’s met elkaar in gesprek over de theorie en de praktijk van het pelgrim-zijn.

Is iedereen tegenwoordig een pelgrim?

Frits de Lange: ‘In mijn boek gaat het met name om de pelgrim als metafoor: als ik thuis blijf en geen stap verzet, ben ik dan ook een pelgrim? Ik vind van wel. Maar daarnaast zijn er natuurlijk heel veel mensen die daadwerkelijk op pelgrimstocht gaan. Laatst had ik een bijeenkomst rond mijn boek in Vries, waar ik woon. Ik begon die avond met de vraag: welke mensen hebben hier Compostella gelopen? In die groep van honderd mensen waren dat er vijf of zes. En daarna vroeg ik: wie is er één handdruk verwijderd van iemand die Compostella heeft gelopen? Iedereen stak zijn hand op!’ Lees verder »

De pijnboomkever (Column PThUnie jg 11, no 3, november 2017)

Uitgelicht

 

We hadden een prachtige vakantie in Vancouver en de Rocky Mountains. We combineerden het met familiebezoek, en benijdden de neven en nichten om de adembenemende wildernis te midden waarvan ze leefden. Eindeloze, ongerepte natuur. Hoewel, ongerept? Er woedden deze zomer bosbranden, heviger dan ooit tevoren. We zagen de gletsjers aan de Ice Field Park Way zienderogen smelten. En de anders zo groene berghellingen kleurden bruin van de dode pijnbomen, aangevreten door de pine beetle die in normale winters doodvriest. De bomen hebben te weinig weerstand door de droogte. En het is te warm, wereldwijd te warm. Lees verder »

Het Vermoeden, 1 oktober 2017

Uitgelicht

Frits de Lange, hoogleraar ethiek aan de PthU, is zelf bepaald geen wandelaar. Toch liet hij zich voor zijn nieuwe boek Heilige onrust inspireren door de moderne pelgrim. De hedendaagse pelgrimage is springlevend. Zo maken jaarlijks meer dan een kwart miljoen mensen de tocht naar Santiago de Compostela. Wat is het dat deze mensen in beweging zet? En wat brengt de tocht hun?

Lees verder »

Bevroren tranen (Column De Verwondering, no. 3, sept. 2017)

Uitgelicht

In herinneringscentrum Kamp Westerbork staan twee glazen tranen op marmeren sokkels. Het kunstwerk Bevroren Tranen is gemaakt door Truus Menger, kunstenares en oud-verzetsstrijdster. De kleinste traan is onbeschreven. Op de tweede traan staan namen gegraveerd van joodse en Sinti kinderen die zijn gedeporteerd uit kamp Westerbork. In 2016 werd de kleinste traan gestolen. Hij is sindsdien spoorloos. Inmiddels is hij door een replica vervangen. Wat bezielde toch de dief? vraag ik me af. Lees verder »

Recensies “Heilige Onrust”

Uitgelicht

Trouw 14 juni 2017:  ‘Uitstekend onderbouwd afscheid van de hemel als ode aan het leven’ (Pauline Weeseman)

Taede A. Smedes, 7 juni 2017, Geloven is “je overgeven aan het Leven”

Bert Altena, juni 2017, ‘Heilige Onrust’

De Nieuwe Koers.nl, 19 juli 2017: Verslag van een afbraakproces (Tjerk de Reus)

Volzin (2017, no. 8), 24 juli 2017 De reis is de bestemming (Anouschka van Wettum)

Dominicanen Nederland, juli 2017, ‘De “heilige Onrust” van velen’ (Thijs Caspers)

 

Leven alsof de hemel niet bestaat

Uitgelicht

Een deel van het laatste hoofdstuk van mijn Heilige Onrust. Een pelgrimage naar het hart van religie (Ten Have 2017) werd op 2 juni 2017 als voorpublicatie in Trouw’s Letter & Geest opgenomen.

Het riep veel reacties op – ingezonden brieven en opiniestukken van A. van Houwelingen en Martine Olthoff. Columnisten Stevo Akkerman, Ephimenco, Ger Groot en Stijn Fens deden hun duit in het zakje, en zelfs de Ombudsman van de krant, Adri Vermaat, wijdde er een beschouwing aan, zij het niet over de inhoud maar over de kop die de L&G – redactie erboven zette.

Tenslotte kwam Anton Dingeman nog met een mooie cartoon als slotakkoord:

 

Compostela (Column PThUnie, 2017)

Uitgelicht

Het was de eerste vraag van de uitgever,  toen ik met het plan voor een boek rond de pelgrimage naar Santiago de Compostela bij haar kwam: ‘….en heb je hem zelf gelopen?’  ‘Nee’, moest ik erkennen, ‘ik ben niet zo loper’. Al jarenlang ben ik gefascineerd door de Camino, maar ik ben er nog niet toegekomen zelf de wandelschoenen aan te trekken. Iedereen kent in zijn of haar omgeving wel iemand die de pelgrimsroute, of een deel ervan, heeft gelopen of gefietst, want hij is ongekend populair. Duizenden kiezen er jaarlijks voor om een paar weken of maanden langs de eeuwenoude route door Zuid Frankrijk, de Pyreneeën en Noord Spanje naar Santiago te lopen, of nog verder, naar Finisterra aan de oceaan. Sommigen gaan op pad na een persoonlijke crisis, of als begin van hun pensioen. Ze zoeken zichzelf, het contact met de natuur, met de geschiedenis, met anderen. Anderen doen het simpelweg omdat ze het gedaan willen hebben. Weinigen ondernemen de tocht nog om de redenen waarom de pelgrims het vroeger deden: als boetedoening voor hun zonden en om de aanbidding van de relikwieën van de heilige Jacobus. Het gaat de nieuwe pelgrim niet meer om zijn eeuwige zielenheil, maar om een persoonlijke transformatie. Lees verder »

Jezus is boos (Column De Verwondering, nr 2, juli 2017)

Uitgelicht

Het was ooit de blikvanger van een tentoonstelling over Christus in de moderne beeldende kunst: de tekening waaraan de Zuid-Afrikaanse kunstenares Marlene Dumas de titel ‘Jezus is boos’ meegaf. Een donker, paars aangelopen Christus kijkt je doordringend aan met priemende ogen. Dumas verbeeldde de nachtmerrie uit haar kinderjaren, de God van haar jeugd, een strenge, straffende Bovenmeester in de hemel. Een geloof waarin niets mag en alles zondig is. Lees verder »

Impressie boekpresentatie ‘Heilige Onrust’, 2 juni 2017, Keizersgrachtkerk, A’ dam

Uitgelicht

Op 2 juni werd ‘Heilige Onrust’ ten doop gehouden in de Keizersgrachtkerk te Amsterdam.

Strak georganiseerd door uitgever Ten Have en redacteur Regine Dugardyn, met verve  en zwier geleid door Gerhard Scholte, de gastvrije predikant van de KG en Kamper jaargenoot en vriend.

Er werd mooi en diep gesproken door Tom de Haan, stadspredikant te Haarlem (zijn tekst vindt u hier) en programmamaker Sophie Frankenmolen.

Dichter Joost Baars las voor uit zijn fascinerende bundel Binnenplaats.

Ik moch het eerste exemplaar van mijn boek overhandigen aan mijn broer Wim.

En er werd betoverend op de gitaar gespeeld door Mirek Walton. Een fotoimpressie.

Lees verder »

De pelgrim 2.0 (interview Nederlands Dagblad 2 juni 2017)

Uitgelicht

De moderne pelgrim hoort een roepstem in zijn hart en komt in beweging. Dat is de essentie van geloven, volgens ethicus Frits de Lange.

Ruim een kwart miljoen mensen liep in 2015 (een deel van) de pelgrimsweg naar Santiago de Compostela. Verreweg de meesten doen dat niet meer als boetedoening, om met God in het reine te komen. Maar waarom dan wel?

Frits de Lange (1955), hoogleraar ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit, schreef er een boek over. De moderne pelgrim fascineert hem. Oude geloofszekerheden zijn verdampt; de meeste mensen kunnen niks meer met Bijbel of traditie. Maar de behoefte aan spirituele verdieping is niet weg.

Op de camino (de weg) komen pelgrims zichzelf tegen en elkaar. En ze komen veranderd terug.

Lees verder »

“De wereld heeft ongelooflijk veel geloof nodig” (Interview Nieuwwij.nl, 31 mei 2017)

Uitgelicht

In Trouw van afgelopen zaterdag al een deel van je boek met daarboven de kop: ‘Er is maar één leven. Dit!’ En: ‘Eerst nam hij afscheid van de persoonlijke God. Nu zegt de protestantse hoogleraar Frits de Lange de hemel vaarwel’. Klopt dit laatste wel?
“Ik was zelf hoogst ongelukkig met deze framing door de Trouw-redactie. Ik noem dat het typische afscheidsdiscours: wat hou je nu ‘nog’ over? Je raakt ook steeds meer kwijt… Met zo’n zinnetje word je meteen in een geijkt narratief binnengezogen en weggezet. ‘Oh, dat is weer zo’n hoogleraar die van zijn geloof is gevallen.’ Terwijl ik zelf het gevoel heb dat ik een constructief begin aan het maken ben, door opnieuw woorden te zoeken voor wat geloof ten diepste is. Dat geldt ook voor zoiets als ‘het eeuwige leven’, in het laatste hoofdstuk uit het boek. Wat moet je je daarbij voorstellen, als het niet meer op de manier van – wat ik noem – de twee-wereldenmetafysica kan, die suggereert dat we nog een tweede wereld achter de hand hebben? Wat is ‘thuiskomen’ in de wereld van Einstein en Darwin?

Lees verder »

Persbericht: “Heilige Onrust. Een pelgrimage naar het hart van religie”

Uitgelicht

Moderne pelgrim staat model voor ‘geloof zonder religie’

Groningse hoogleraar presenteert radicale theologie zonder dogma’s

Op 2 juni a.s. verschijnt Heilige onrust van de Groningse hoogleraar ethiek Frits de Lange. Daarin onderzoekt de – van huis uit gereformeerde – theoloog wat ‘geloven zonder religie’ behelst als je afscheid hebt genomen van een bovennatuurlijke werkelijkheid en je kiest voor dit leven. De Lange identificeert zich in zijn boek met moderne pelgrims, die binnenkort en masse weer op pad gaan.

Lees verder »

Voltooid leven (Column PThUnie, april 2017)

Uitgelicht

Dr Els van Wijngaarden promoveerde afgelopen november op een spraakmakend onderzoek aan de UvH. Zij deed onderzoek naar ‘voltooid leven’ en interviewde 25 mensen met een actieve doodswens. Op het symposium naderhand mocht ik mijn indrukken weergeven. Het viel mij op dat de geïnterviewden het eigenlijk niet over de dood hebben, maar over het leven. Het leven, dat nu ze boven de zeventig zijn niet meer aan kunnen of willen. Liever dood, dan zo verder leven. Hun doodswens is geen doodsverlangen. Er is geen sprake van dat deze mensen hun leven hebben afgerond als een voltooid kunstwerk of een geklaarde klus. Ze hebben gewoon een rotleven.  Lees verder »

Lijden aan de liefde  (column De Verwondering, maart 2017)

Uitgelicht

Rond mijn zestiende hield ik een dagboek bij met – wat ik toen dacht – diepzinnige gedachten. Ik ben het kwijt, maar weet nog dat ik een keer zoiets schreef als: ‘het leven is te teer en te kwetsbaar om te leven. Zodra je het echt leeft, maak je het stuk.’ Een nogal wijsneuzige gedachte voor een puber, achteraf gezien. Maar het gevoel dat erbij hoorde is me altijd blijven vergezellen. Toen dacht ik vast aan het meisje waar ik van hield, de studie die ik wilde gaan volgen – als je je eenmaal vastlegt, kun je niet meer terug. Een vroege oprisping van wat psychologen tegenwoordig bindingsangst noemen. Veel twintigers en dertigers herkennen die vrees om zich definitief te binden aan een partner, aan vrienden, een baan.

Lees verder »

STERVEN GAAT NIET MEER VANZELF (interview Nieuwwij.nl 7 maart 2017)

Uitgelicht

Het vraagstuk over levensbeëindiging speelt in verkiezingstijd opeens een belangrijke rol. Er liggen meerdere vragen op tafel: wat is de kerntaak van de overheid wat betreft het leven van burgers? Beschermen of faciliteren? En hoe ver gaat zelfbeschikking in relatie tot wetgeving? Wat is de rol van religieuze politiek in een seculier domein? Nieuwwij interviewde Frits de Lange, hoogleraar Ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU): “De overheid – in de vorm van een door de wet gedekte ‘levenseindebegeleider’ – zou zich ver moeten houden van een oordeel over de zin en kwaliteit van iemands leven.”
Door: Enis Odaci

Lees verder »

HELEMAAL IN JE ELEMENT (jubileumboek ‘Plons’, therapeutisch zwembad Vries)

Uitgelicht

Voor je je eraan toevertrouwt, moet je wel iets overwinnen. Maar als je er één keer in bent, wil je er nooit meer uit.

Eerst even voelen met je hand, dan met je tenen, dan sprenkel je wat druppels over je buik, en dan… glij je er zomaar in. Je spieren ontspannen, je zweeft gewichtloos, je voelt je één worden met het water. De zwemmer.

Lees verder »

Zachte Machine (Column De Verwondering december 2016)

Uitgelicht

Zou jij duizend jaar oud willen worden? Aubrey de Grey, een Britse wetenschapper, denkt dat het kan. Je kinderen zullen je al één keer, je kleinkinderen drie, vier keer overleven. ‘We’re gonna fix it!’  riep De Grey telkens enthousiast uit in een Studium Generale lezing voor een zaal vol jonge techneuten. Hartfalen, kanker, CVA’s, Alzheimer, broze botten – we gaan er nu nog dood aan, maar niet meer voor lang. De studenten bedachten de slimste vragen om de haalbaarheid van zijn utopie door te prikken, maar vergeefs. De Grey had zijn antwoord steeds klaar. ‘We’re gonna fix it!’

Lees verder »

Wat voltooid leven is? We weten het niet (bijdrage symposium Geertekerk, Utrecht 22 november 2016)

Uitgelicht

9789045033044-voltooid-leven-l-lq-fWat is voltooid leven? We weten het niet. Dat niet-weten maakt een wet die op die gedachte is gebaseerd niet uitvoerbaar.

Het bijzondere van het onderzoek van Els van Wijngaarden is dat zij wel mensen met een doodswens heeft geïnterviewd, maar dat het eigenlijk niet over de dood gaat, maar over het leven. Het leven dat deze mensen boven de zeventig niet meer aan kunnen of willen. Liever dood, dan zo verder leven. Hun doodswens is geen doodsverlangen. ‘Our study has shown that a so-called ‘completed life’ is not at all about ‘fulfillment’, ‘completeness’ or ‘wholeness’; instead, it is about existential suffering’, schrijft Van Wijngaarden in haar proefschrift. Er is geen sprake van dat deze mensen hun leven hebben afgerond als een voltooid kunstwerk of een geklaarde klus. Ze hebben gewoon een rotleven.  Lees verder »

Krasse Kunst

Uitgelicht

Ik was betrokken bij de start van het themaprogramma Lang Leve Kunst van van de fondsen RCOAK en Sluyterman van Loo. Willem Sluyterman van Loo maakte als onderdeel daarvan een serie van vier mooie, korte documentaires, Krasse Kunst, over ouderen en kunstbeoefening.Ik mocht er naast Hedy d’Ancona, Joris Slaets en Erik Scherder aan mee werken.
Kunst op recept:
Lees verder »

Hemelheimwee (Column De Verwondering, september 2016/3)

Uitgelicht

cover_dv03‘Heimwee naar de hemel’ heet een liedje van Maarten van Roozendaal. ‘Vroeger was de hemel gewoon een adres/ Waar je naartoe ging wanneer je leven klaar was.’ Je belt aan en iemand die je kent doet open. Je ziet je vader en je moeder en je dode vrienden weer. En alles is voor eeuwig goed. ‘’t Is een kinderlijk idee maar je groeit er overheen’, zingt Van Roozendaal dan, met ironie in zijn stem. Hij gelooft er niet meer in. Maar toch. Wat zou het prachtig zijn als we het nog wel konden. Het refrein wordt keer op keer herhaald: ‘Heimwee naar de hemel, heimwee naar de hemel.’ Lees verder »

We worden ouder, ja – maar wat is ‘oud’? (Woord & Dienst, special september 2016)

Uitgelicht

wd_09_cover-220x303pixDe demografische revolutie die zich voltrekt in de westerse samenleving is een unicum in de geschiedenis van de mensheid: voor het eerst overheersen de ouderen getalsmatig de jongeren.  Er is sprake van dubbele vergrijzing: steeds meer mensen worden oud, en ouderen worden steeds ouder.  Tegelijkertijd worden er steeds minder kinderen geboren. Gecombineerd met deze ontgroening leidt de vergrijzing tot ingrijpende veranderingen in de samenleving en plaatst zij ons voor grote uitdagingen. Pensioenen waren ooit bedoeld voor een korte levensavond; nu moeten ze zo’n dertig jaar (een derde van de gemiddelde levensduur) overbruggen en zijn er steeds minder werkers die het geld voor de AOW verdienen. En wie betaalt de dure zorg voor zieke ouderen, wie kijkt ernaar hen om?  De participatiesamenleving moet de verzorgingsmaatschappij vervangen, maar wordt zij ook meer dan een mooi ideaal? En hoe maken we die lang durende ouderdom tot een zinvolle levensfase, zodat we niet zo snel meer ‘klaar met leven’ zijn? Lees verder »

En God sprak: ‘Ik besta niet’ (essay Letter & Geest, 11 juni 2016)

Uitgelicht

Tags

, , , , , ,

Dit essay (hieronder de tekst, maar hier ook als pdf) kreeg nogal wat publieke aandacht. Trouw ontving ingezonden brieven, ik kreeg zelf veel mails. Een aantal verontwaardigd, de meeste instemmend of met vragen, suggesties, of persoonlijke verhalen. Trouw publiceerde een aantal reacties, die ik hier weergeef. Een van collega Jan Muis (‘God is niet onder te brengen in simpele tegenstellingen’) de ander van van ds. A. van Houwelingen (‘God bestaat gelukkig wel degelijk’). Jean-Jacques Suurmond wijdde er zijn column (‘God zonder eigenschappen’) aan. De discussie inspireerde Pieter Geenen tot de volgende strip (Trouw 22 juni 2016):

-0-

“Ik hoorde een innerlijke stem die mijn naam riep. Ik stond stil en luisterde aandachtig naar wat wel de gewijde, stille stem van God moest zijn. Ik stond perplex toen God tot mij sprak en de drie simpele woorden herhaalde: “Ik besta niet.”

ceci-est-un-dieu

De tekst hierboven komt uit een performance van Peter Rollins, onderdeel van een viering van ikon, een door hem gestichte geloofsgemeenschap in Belfast. De groep komt niet samen in een kerk, maar in de Ierse pub, en er wordt geen kerkelijke liturgie gevolgd. Wat er gebeurt is de vrucht van de creativiteit van singer-songwriters, beeldende kunstenaars, dichters en performers. Rollins is – zo noemt hij zichzelf – a/theist: hij heeft niks met een God die bestaat. Hij staat een radicaal christendom voor, dat de godverlatenheid van Jezus aan het kruis tot uitgangspunt neemt. ‘Mijn God waarom hebt gij mij verlaten?’ De God-die-bestaat liet Jezus aan zijn lot over. Het christendom draaide daarna ook nog eens de zaken om: niet de God die bestaat, maar de stervende man aan het kruis, die is God.

Lees verder »

Vrij in de kop

Uitgelicht

Op zijn nieuwste album Aosem zingt Daniël Lohues het liedje ‘Waor Gaon We Naortoe’. Lohues is niet alleen mijn gitaarheld maar ook mijn Drentse huisfilosoof. Zijn gevoelige teksten voelen de tijdgeest haarfijn aan. Het nummer is wat mij betreft de waardige opvolger van Mieke Telkamp’s uitvaarthit ‘Waarheen Waarvoor’.

In de begeleidende clip rijden we in de nacht over een eindeloze, alleen door koplampen verlichte asfaltweg.
Lees verder »

Video

Pelgrims zonder God

Uitgelicht

Tags

,

Pelgrims zijn we. Maar weten we nog waarom we onderweg zijn en waar naar toe? Godsdienstige tradities fungeerden ooit als wegwijzers. De hemel stond garant voor onze bestemming. Maar veel mensen ervaren de christelijke traditie als een knellende band en hebben niets (meer) met kerken en doctrines. Zij ervaren “God” als een woord zonder betekenis.

We moesten breken met wat achter ons ligt. Maar wat moeten we aan met onze onrust, ons verlangen, komen we ooit thuis en waar dan? Een studie- en bezinningsweek in de Academie op Kreta, van 28 augustus tot en met 3 september 2016. Er zijn nog een paar plaatsen beschikbaar. Een filmpje over wat ik denk te gaan doen:

Voor meer info, zie de Academie op Kreta, met het volledige programma.

Dronken met Jezus

Uitgelicht

vermoeden winter‘Overal waar “te” voor staat is niet goed. Behalve tevreden.’ De wijze levensles van moeder, die aan mij als puber niet besteed was. Wees matig in alles, en wil niet te veel. Zij groeide op in armoede vóór de oorlog, waarin er van alles te weinig was. Dat was niet goed. In de jaren zestig kwam de tv, de auto, het slagroomgebak, de alcohol, de nicotine. Gulzig haalde haar generatie in wat ze te kort waren gekomen. En kreeg longkanker en hartinfarcten. Niet goed. Een boterham met tevredenheid, was de les, daar leef je het langst mee. In mijn Sturm und Drang wilde ik er niet van weten. Ik wilde léven met overgave, de wereld veroveren, mij alles toe-eigenen, zonder reserves. Zo rookte ik mijn sigaret: zo diep mogelijk inhaleren, dat je er duizelig van werd. En daarna je langzaam in een dikke wolk rook hullen. Grenzeloos, mateloos leven. Lees verder »

BURN (IT) OUT (Column Het Vermoeden, winter 2015)

Uitgelicht

Ik ben al jamoeder teresaren bezig los te komen van het Voorzienige Opperwezen, maar ik krijg het moeilijk uit mijn systeem. Het is ook zo vertrouwd, zo geruststellend, zo veilig: de voorstelling van een alwetende God die de touwtjes in handen heeft en met alles zijn Ondoorgrondelijke Bedoeling heeft. Dat kinderlijke geloof achterlaten voelt toch alsof je een warm verlichte huiskamer verlaat en de donkere kou instapt. En ook ik ben bang in het donker. Lees verder »

‘Angst voor ouderdom breekt de samenleving op’ (Ned. Dagblad, 20 november 2015)

Uitgelicht

nederlands.dagblad.opengraphAls we het toenemend aantal ouderen in de samenleving liefdevol willen verzorgen, moeten we af van onze angst voor de oude dag, zegt ethicus Frits de Lange. Vandaag organiseert hij een internationaal congres over de kunst van het ouder worden.

Wij houden niet van oude mensen en ook niet van het idee dat we zelf ouder worden. Dus drukken we de gedachte vaak maar snel weg. Maar nu de samenleving in sterk tempo vergrijst, redden we het niet met elkaar, als we niet accepteren dat we allemaal potentiële ouderen zijn’, zegt Frits de Lange, ethicus aan de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen. De angst voor het ouder worden, speelt de samenleving parten, stelt hij. Zeker nu bejaardenhuizen worden gesloten en ouderen geacht worden langer zelfstandig te wonen. ‘Je kunt alleen ouderen bijstaan als je ook je eigen ouder worden liefhebt. Op die manier kun je ouderdom fris en vrolijk onder ogen zien. Als je oud bent, is het niet met je gedaan. Laten we een samenleving creëren waarin oud worden een leuke periode is, waarin je nog plezier kunt maken, ondanks je beperkingen.’ Lees verder »

“The Art of Later Life. European Perspectives on Ageing, Self-Reliance, and Care” , 20 november 2015, Groningen

Uitgelicht

Tags

, , ,

“Levenskunst op leeftijd. Europese visies op oud worden, zelfredzaamheid en zorg.”  Conferentie 20 november 2015, PThU Groningen.

Loving Later Life CoverEuropa’s bevolking wordt snel ouder. De sociale impact van deze demografische transitie op de sociale structuren in de lidstaten is enorm. Tegelijk wordt de verzorgingsstaat afgebouwd en wordt – zoals in Nederland – de overgang naar een participatiesamenleving bepleit. Moeten mensen meer verantwoordelijk worden gehouden voor hun eigen oude dag, ook als ze dan afhankelijk worden van de zorg van anderen? De relatie tussen publieke zorgtaken en individuele redzaamheid moet opnieuw worden herijkt. Uit welke culturele, morele en spirituele bronnen putten de verschillende Europese landen, om ons in staat te stellen een beter evenwicht te vinden tussen zelfmanagement, kwetsbaarheid en afhankelijkheid in de ouderdom? Is ‘succesvol oud worden’ iets dat je kunt leren en waarin je geschoold kunt worden? Hoe ziet een hoogbejaarde levenskunst eruit? Lees verder »

Compassie? (Column PThUnie, juli 2015)

Uitgelicht

Tags

,

Renmbrandt SamaritaanIk kan in mijn vak niet meer zonder de Barmhartige Samaritaan. Het gaat er over christelijke ethiek. Dat Bijbelse oerverhaal van de ene mens die zich over de andere ontfermt, voor mij raakt het de kern waar het in het christelijk geloof om draait. Talloze keren heb ik het binnenste buiten gekeerd, met exegese, maar ook met intrigerende verbeeldingen uit de geschiedenis van de schilderkunst.  Toen we het afgelopen mei in het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch over ‘compassie’ hadden, kon ik het dus niet laten.

Lees verder »

‘Shit happens’ (column Het Vermoeden, zomer 2015)

Uitgelicht

Tags

, ,

w210.4dd59Eindelijk toch gelukt om een beetje stoïcijn te worden, dacht ik bij mezelf. Ik had er na een lange werkdag ruim vier uur over gedaan om vanuit Amsterdam-Zuid thuis te komen, en was toch goed gemutst en sereen gebleven. Shit happens, nietwaar. Het voelde als een persoonlijke triomf dat ik ondanks het omreizen, de overvolle treinen, de paniek op perrons en de streep door mijn vrije avond mijn kalmte had weten te bewaren. Ik had me niet door mijn irritatie of teleurstelling laten leiden, maar me in het onvermijdelijke geschikt. Een geslaagde vingeroefening in emotiemanagement, met dank aan de NS.

Lees verder »

Gerontophobia: de heimelijke weerzin tegen de ouderdom

Uitgelicht

gerontophobia 3De publieke discussie over ouder worden in Nederland is een schijnheilige vertoning. Het lijkt ons allemaal te gaan over goede ouderenzorg, maar onderhuids is er sprake van weerzin tegen de ouderdom. We houden niet van ouderen, we hebben een hekel aan de ouderdom, omdat we er bang voor zijn.Er moet goed gezorgd worden voor de moeders in het verpleeghuis, maar niemand wil er zelf ooit in.  De kwaliteit van de zorg moet op orde, maar het mag niet te veel kosten. De oude dag is niet echt een investering waard.  Dat komt omdat we niet van oud worden houden. Ouderen, confronteren ons met het feit dat we sterfelijkheid zijn; dat we een kwetsbaar lichaam hebben, dat we de sociale status die we hebben kunnen verliezen

Lees verder »

Niemand weet wat voltooid leven is (Trouw, L&G, 30 mei 2015)

Uitgelicht

Tags

,

Klaar met leven, levensmoe, voltooid leven – de discussie rondom actieve levensbeëindiging wordt steeds meer in termen gevoerd waar een dokter niet voor heeft doorgeleerd. Als de arts een invoelend mens is, heeft hij of zij van ‘ondraaglijk lijden’ nog een beetje verstand, maar de vraag wanneer helmetmakers_cantor_240heen leven compleet is behoort niet tot zijn specialisme.  Dat hoeft ook niet, zeggen de voorstanders van een ruimer euthanasiebeleid: dat maken oude mensen zelf wel uit.  Zij interpreteren de recente vrijspraak van Albert Heringa, die in 2008 zijn moeder heeft helpen sterven,  als een volgende stap in de goede richting. We lijken weer een stap verder in de erkenning dat een voltooid leven voldoende grond is voor hulp bij zelfdoding, al dan niet door de dokter. Vijf jaar nadat de initiatiefgroep Uit Vrije Wil en het Burgerinitiatief Voltooid Leven begon met zijn lobby om hulp bij zelfdoding mogelijk te maken voor ouderen die geen mogelijkheden meer zien hun leven ‘ in een voor hen zinvolle vorm voort te zetten’, en het gevoel krijgen ‘zichzelf te overleven’, is de term ‘voltooid leven’ gemeengoed geworden. Wie zover is, mag dood, is de suggestie. En hij of zij mag anderen vragen daarbij te helpen.

Lees verder »

Net verschenen: Loving Later Life. An Ethics of Aging (Eerdmans, 2015)

Uitgelicht

Is loving later life possible?

Loving Later Life Cover
In our youth-obsessed culture, nobody enjoys growing old. We normally fear our own aging and generally do not love old people — they remind us that death is inescapable, the body frail, and social status transitory.

In Loving Later Life Frits de Lange shows how an ethics of love can acknowledge and overcome this fear of aging and change our attitude toward the elderly.

De Lange reframes the biblical love command this way: “We must care for the aging other as we care for our own aging selves.” We can encourage positive self-love by embracing life as we age, taking good care of our own aging bodies, staying good friends with ourselves, and valuing the last season of life. When we cultivate this kind of self-love, we are released from our aversion to growing old and set free to care about others who are aging — our parents, our relatives, and others in their final season of life.

$ 19.00 ISBN: 978-0-8028-7216-6

Te bestellen/ Order at Eerdmans, Grand Rapids MI 

 

Why I wrote this book?  Read my contribution to Eerdblog.

Kom tot jezelf. De wijsheid van de ouderdom (Volzin, 2014, nr. 11)

Uitgelicht

Tags

,

volzin14-1cover_001Een jaar of tien geleden begon ik met ‘goed oud worden’ als onderzoeksthema in de ethiek. Ik loop nu tegen de zestig en ga zo langzamerhand tot mijn eigen doelgroep behoren. Ik raakte in de ban van de vraag hoe een vergrijzende samenleving een kwade oude dag kan vermijden. Wat is goed leven als je zeventig, tachtig, negentig bent? Als prille vijftiger keek ik toen naar ouderen zoals een antropoloog kijkt naar een vreemde volksstam: met warme belangstelling, maar tegelijk met het besef: ik hoor er niet bij. Dat wordt nu anders. Ik beweeg wat bedachtzamer, daal trappen voorzichtiger af, weet nu dat de dokter artrose gewoon ‘slijtage’ noemt, en kan in mijn werk minder draaiende schoteltjes in de lucht houden dan vroeger. En soms heb ik als ik les geef aan prille twintigers ineens het gevoel van ‘opa vertelt’. Ja, ik word oud.

Ga ik nu de mooiste tijd van mijn leven tegemoet? Tien jaar geleden zou mij dat van alle kanten verzekerd zijn. In 2008 werd ‘ouder worden’ het thema van de nationale boekenweek. Er verschenen titels als ‘Ouder worden is een feest!’ Ik schreef zelf een essay over het ‘zwitserlevengevoel’. De vitale senior beheerste het beeld. De babyboomer als joyeuze levensgenieter, al dan niet met de camper op reis door Europa.
Het kan verkeren. Inmiddels is de oude dag in het publieke debat een schrikbeeld geworden. Lees verder »

Stervenskunst (Column Perspectief PCOB, november 2014)

Uitgelicht

ars moriendi 2De dood is niet meer wat hij geweest is. Overviel hij ons ooit onverhoeds als een sluipende vijand, nu zien we hem doorgaans lang van te voren aankomen. We sterven nu meestal oud, stokoud. Vroeger kon je als tachtigjarige zeggen dat je een lot uit de loterij had getrokken. Vandaag kun je er min of meer op rekenen dat je tachtig wordt, al kan dat natuurlijk tegenvallen. Maar dood gaan we, daar kunnen we honderd procent zeker van zijn.
Door de lange levensverwachting verandert het sterven echter ingrijpend van karakter. We gaan niet meer plots dood aan cholera, pest of griep, maar aan hartfalen, kanker en beroertes, ziektes die de weg naar het einde vaak lang en moeizaam maken. De dood komt meestal niet meer als een dief in de nacht, maar als een langverwachte, soms ook welkome gast. Daardoor zullen we ook ethisch anders over sterven (moeten) gaan denken. We worden niet alleen zelf verantwoordelijk gemaakt voor onze oude dag, maar ook voor het moment van onze dood. En voor de rol die de arts daar vaak bij speelt. Want een ‘natuurlijke’ dood bestaat bijna niet meer. In zes op de tien sterfgevallen is sprake van een dokter die assisteert bij het overlijden.

Lees verder »

Opnieuw beginnen. De Vrijzinnige Lezing, 16 maart 2018 (uitgebreide versie)

Frits de Lange

 „Die Leben-Jesu-Forschung ist eine Wahrhaftigkeitstat des protestantischen Christentums.“ (Albert Schweitzer)[1]

„… if historical reconstruction is often a minefield, historical Jesus reconstruction is all mine, no field.‘ (John Dominic Crossan)[2]

 ‘Reject God but Follow Jesus’

Ik weet niet of hij er nog staat: Londen, Hyde Park, Speaker’s Corner, zondagmiddag.[3] Op de zeepkist staan lekenpredikers die het eeuwig zielenheil beloven, of die de stelling nemen in het politieke debat van het moment.  Ik heb een zwak voor de man met het bord ‘Christian Atheism’ om zijn schouders en de tekst ‘Reject God But Follow Jesus’ aan zijn voeten. Tussen de fanatieke moslims zwaaiend met de Koran en christelijke doempredikers hevig gesticulerend met hun Bijbel neemt hij theologisch een opmerkelijke positie in. Als toehoorder word je in een soort double bind meegenomen: Religie nee, Jezus ja. Hoe verzin je het?

En toch, voor lezers van Dietrich Bonhoeffer (1906 – 1945) en Albert Schweitzer (1875 – 1965) is het geen vreemde gedachte. In deze lezing wil ik de zeepkistredenaar bijvallen. Ik doe een pleidooi voor een Jezus voor a/theïsten, voor mensen die niet in een bovennatuurlijk mensachtig Opperwezen geloven, die naar zijn believen ingrijpt in deze wereld. Een Jezus voor religielozen, randkerkelijken en leden van wat ik maar de Kerkelijke Alumnivereniging noem. Dat is mijn stelling vandaag: De God van het theïsme is misschien dood, maar Jezus leeft.

Bonhoeffer. Ik wil met hem beginnen. Zijn theologie cirkelt om de twee brandpunten, zonder welke er geen vitale liberale theologie kan bestaan: een scherpe solidariteit met de moderne cultuur enerzijds en het besef anderzijds dat het in het christendom om Jezus draait. En dat allebei tegelijk.

Eerst de cultuur. ‘De kerk moet loskomen uit haar verstarring. We moeten weer buitenlucht ademen, dialogeren met de wereld. We moeten het riskeren aanvechtbare dingen te zeggen, als daardoor de vitale vragen maar weer aan de orde komen. Als moderne theoloog die de erfenis van de liberale theologie nog in zich draagt, voel ik mij verplicht deze vragen aan te snijden.’ (brief 3 augustus 1944)[4] Dat is liberale theologie op haar best: neem wetenschap serieus, beschouw de wereld als mondig (vandaag zouden we zeggen: neem verantwoordelijkheid voor het Antropoceen) en zeg nee tegen religie.

Dat ‘nee tegen religie’ wekt makkelijk misverstanden. Voor Bonhoeffer staat ‘religie’ voor de manier waarop mensen tot nog toe het menselijke tekort hebben aangezuiverd met de constructie van een tegenwereld, ergens hierboven of in hun innerlijk, waaraan ze het antwoord op hun bestaansvragen over dood, schuld, eindigheid delegeren. Een homo religiosus is in zijn ogen iemand die, als hij het niet meer weet of het benauwd krijgt, zich terugtrekt in zijn innerlijk of vlucht in een transcendent Jenseits. Religie is een metafysische escape, waarmee je je menselijke verantwoordelijkheid ontloopt. ‘God’ wordt een stoplap voor onbeantwoorde vragen of een duizend-dingen-doekje. Als we onszelf in de 21e eeuw serieus willen nemen, zo versta ik Bonhoeffer, moeten we dat niet meer willen. We kunnen vandaag, eenvoudig zoals we nu zijn, niet meer in deze zin ‘religieus’ zijn.

 Het draait om Jezus

 Midden in deze cultuur staan, betekent ook: investeren in de wetenschap. Je thuis leren voelen in een kosmos met een lange evolutionaire geschiedenis, in de voorhoede willen staan van de technologische revolutie, verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst van de biosfeer. Vrijzinnigen zijn kinderen van de Verlichting.  Zij integreren daarom ook graag de nieuwste inzichten van de Bijbelwetenschap in hun theologie.

Dat brengt me bij het tweede brandpunt in Bonhoeffer’s theologie: het draait in het Christendom om Jezus, Jezus van Nazareth. De kerk is, hoe je het wendt of keert, in beginsel een Jezusbeweging. Ze kan eventueel zonder religie, maar niet zonder Jezus.

Ik citeer zijn beroemde brief van 30 april 1944:

‘Ik kom niet los van de vraag wat is het christendom of wie Christus op dit ogenblik eigenlijk is. (…) Heel de christelijke verkondiging en theologie is negentien eeuwen lang uitgegaan van het ‘religieuze a priori’ van de mens. ‘Christendom’ is altijd een vorm (misschien wel de juiste vorm) van religie geweest. (…) Hoe kan Christus Heer worden ook van de areligieuze mens. Is dat mogelijk, een areligieuze christen? Als religie niet meer is dan het gewaad van het christendom (…) wat is dan een christendom zonder religie?’[5]

Stelde Bonhoeffer hier niet de foute vraag, en moeten we haar beter maar niet omkeren? In plaats van een christendom zonder religie, een religie zonder christendom? Dat opent en vergemakkelijkt immers het gesprek in een multireligieuze wereldsamenleving? Laten we Christus verstaan als symbool voor het goddelijke, en Jezus laten voor wat hij was. Dat lijkt een aantrekkelijke strategie voor de vrijzinnigheid.

Zo scheef Arne Jonges, vrijzinnig predikant, net een boekje Angst voor de mythe, waarmee hij een pleidooi doet voor het christendom als religieuze mythe. Ik citeer: ‘Wie bezorgd is om de toekomst van het christendom zal niet de illusie van de “historische Jezus” willen behouden, maar de centrale mythe en symbolen moeten zien te redden die vormgeven aan het christendom door deze begrijpelijk en geloofwaardig te maken.’[6] De vraag of Jezus echt geleefd heeft, is niet alleen historisch onbeslisbaar, maar ook helemaal niet relevant voor het geloof, zegt Jonges in het spoor van zijn grootvader G.A. van den Bergh van Eijsinga. De strategie van de 19e eeuwse liberale theologie om een ‘historische Jezus’ te reconstrueren als alternatief voor de Christus van de orthodoxie is jammerlijk mislukt. Liet Albert Schweitzer in zijn Geschichte der Leben-Jesu-Forschung niet overtuigend zien dat deze ‘Jezus’ als prediker van een zedelijk mensheidsideaal nooit meer is geweest dan een projectie, een liberaal zelfportret, verhuld in het kleed van de tekstkritiek? (LJF 620) De ‘echte’ Jezus, aldus Schweitzer, was allesbehalve vrijzinnig; hij was een apocalyptische profeet die binnen een paar weken het eind van de wereld verwachtte en daarin zichzelf een sleutelrol toebedeelde. En toen dat een illusie bleek, zichzelf opofferde voor het Godsrijk dat maar niet kwam.

En toch, ik houd het vandaag bij de lekenprediker uit Hyde Park, ‘Follow Jesus, Reject God’. En bij Bonhoeffer’s vraag naar hoe Christus heer kan worden van religielozen. Christendom is mijn stelling, orthodox dan wel vrijzinnig, heeft alleen recht van bestaan als Jezusbeweging.

Het christelijk geloof is immers een historische religie, die teruggaat op een feitelijk bestaande persoon, rond het jaar 4 voor onze jaartelling (het jaar 0 is een misrekening) geboren in Nazareth, Galilea, en rond het jaar dertig in Jeruzalem door een executie aan het kruis gestorven. Ja, het christendom werd vervolgens een religie, in de Bonhoefferiaanse zin van het woord. Maar hoe Jezus ook na zijn dood in Nicea en Chalcedon is vergoddelijkt, zonder de mens Jezus is er ook geen christelijk dogma. Christelijk geloof is een eindeloze her-neming, een her-haling van wat ooit begon in en rond deze mens Jezus. Een voortdurend bij hem opnieuw beginnen. Dit is dan voor mij vrijzinnig christendom: een geloof dat niet gebonden is aan het dogma, maar zich alleen laat binden door de geest van Jezus zelf.

 De paradox van Schweitzer

Opnieuw beginnen met Jezus – kan dat? Ik moet terug naar Albert Schweitzer. Had hij niet gelijk in zijn oordeel, dat de liberale theologie in de 19e eeuw precies met die strategie schipbreuk heeft geleden? Als dat zo is, dan hoef ik er niet opnieuw aan te beginnen.

Op het eerste gezicht lijkt Schweitzer de vraag wie Jezus echt was achter zich gelaten te hebben. De moderne theologie heeft de historische Jezus alleen maar verder aan het zicht onttrokken, schrijft hij in het voorwoord van de eerste druk (1906) van zijn overzicht van de Leben-Jesu Forschung. In het boek verhaalt hij op briljante wijze de geschiedenis van het Jezus-onderzoek, vanaf Samuel Reimarus (1694 – 1774) tot en met Johannes Weiss (1863 – 1914) die Jezus tekent als een echte apocalypticus, die met zijn prediking van het Koninkrijk Gods het nabije wereldeinde aankondigde. Die these was een slag in het gezicht van liberale theologen als Weiss’ schoonvader, Albrecht Ritschl (1822 – 1889) die het Koninkrijk Gods spiritueel en ethisch interpreteerden als een in de geschiedenis te verwerken zedelijke grootheid. Schweitzer bleef echter zijn leven lang verdedigen dat Weiss gelijk had: het publieke optreden van Jezus van Nazareth was ‘consequent eschatologisch’. Vanaf zijn doop door Johannes de Doper leeft Jezus in de zekerheid dat het einde van de wereld nabij is en hijzelf de Messias is. Als hij tot zijn teleurstelling merkt dat het Rijk Gods uitblijft, verandert hij zijn missie en trekt hij naar Jeruzalem: de Messias moet lijden en sterven en zijn leven offeren. Dan zal het Rijk komen.[7] De echte Jezus was dus bepaald geen vrijzinnig prediker; eerder een ontgoochelde godsdienstfanaat.

Maar nu moeten we Schweitzer goed lezen. De poging om via de omweg van de historische Jezus een liberale religie te creëren, een zedelijke mythe, loopt voor Schweitzer dood niet omdat je historisch toch nooit een beeld van de echte Jezus kunt reconstrueren. Dat kun je namelijk wél – en dat heeft hij zelf gedaan: ‘Het historische probleem van het leven van Jezus, zoals het zich aan wetenschappelijk onderzoek onthuld heeft, mag dus in wezen als opgelost beschouwd worden door de kennis die verkregen werd uit de laat-joodse eschatologie.’ (LJF 36) De liberale vergissing is niet dat we nooit een vinger achter de historische Jezus kunnen krijgen, maar ligt in de ongelooflijke hermeneutische naïviteit om te veronderstellen dat je met de opbrengst van je historisch onderzoek de vraag naar de betekenis van Jezus voor ons vandaag kunt beantwoorden (zie het voorwoord bij de 2e druk, LJF 28). Historische kennis kan weliswaar veel verhelderen, maar we kunnen er geen ‘nieuw levenskrachtig christendom’ mee opbouwen. (LJF, Schlußbetrachtung 621). De liberalen hebben Jezus liberaal laten buikspreken. Ze hebben hem hun eigen vooruitgangsevangelie in de mond gelegd.

Laat hem, zegt Schweitzer dan, liever in al zijn raadselachtige, aanstootgevende vreemdheid terugkeren naar de geschiedenis waar hij uit vandaan komt. Dan zegt hij ons meer dan wanneer we hem ideologisch voor ons karretje spannen. ‘Als we hem in zijn eschatologische wereld laten is hij groter en werkt hij, met al zijn vreemdheid, een diepere en grotere invloed uit.’ (LJF 624)

Dat is de paradox bij Schweitzer: juist in hoe Jezus omgaat met zijn teleurstelling over hoe het Rijk van God niet komt, en hoe hij zijn leven ervoor geeft dat het na hem komt, wordt ‘seine überweltliche Größe in seinem tiefmenschlichen Mitfühlen offenbar’.[8] Schweitzer heeft zichzelf elk wijsgerig, historisch of theologisch argument uit handen geslagen om de levensbepalende impact die deze Jezus op hem heeft te verwoorden. Waar die vandaan komt? Dat is niet in woorden te zeggen.[9] De afstand tot Jezus (de ‘garstigen, breiten Garben’ van Lessing) is historisch onoverbrugbaar, maar de ‘geest van jezus’ is blijkbaar present en spreekt hem direct aan. ‘Jezus leeft’ als jij bereid bent net als hij je leven weg te geven voor het Rijk van God.[10]

Kwam Schweitzer’s stap om medicijnen te gaan studeren en in 1913 naar Lambarene te vertrekken nu uit teleurstelling voort? Was zij het directe gevolg van zijn constatering dat het Jezusonderzoek bot had gevangen? Niets is minder waar. ‘De belangrijkste vraag voor de huidige en komende tijd is hoe en met welk resultaat het christelijk geloof zich met de historische waarheid aangaande Jezus zal bezighouden’, schrijft hij in 1950 vanuit Lambarene, in het voorwoord bij de 6e druk bij zijn Leben Jesu-Forschung. ‘Het onderzoek naar het leven van Jezus is een authentieke daad van het protestantse christendom.’  Juist liberale protestanten moeten gebrand zijn op de historische Jezus. Zij geloven immers niet in de kerk, maar in Christus. (LJF 42) En willen protestanten niet altijd weer ad fontes, hebben zij niet een traditie van altijd weer opnieuw beginnen?

De historische Jezus confronteert Schweitzer met het dwaze verlangen naar, de onmogelijke hoop dat het morgen met deze wereld beter gaat. En de liefde voor al wat leeft als de uitdrukking daarvan.  Jezus geloofde echt dat God zelf tussenbeide zou komen om het Rijk te realiseren; daarin vergiste hij zich. Daarin was hij nog een traditionele theïst die hoopte op goddelijke interventie. Wij beseffen nu dat we het zelf naderbij moeten brengen. Maar wie daar met dezelfde hartstocht (‘Vehemenz’) voor gaat, en bereid is ‘alles daarvoor op te geven’ (alles dafür hinzugeben), leeft in gemeenschap met Jezus. (LJF 627).  Om Jezus te kennen en te begrijpen heb je geen geleerdheid nodig, alleen de hartstocht (‘das Willen’) voor het Rijk van God (LJF 622) ‘Wir besitzen nur so viel von ihm, als wir ihm uns das Reich Gottes predigen lassen.’ (LJF 627) ‘Im letzten Grunde ist unser Verhältnis zu Jesus mystischer Art. (…) Unsere Religion, in soweit sie sich als spezifisch christlich erweist, ist also nicht so ehr Jesuskult als Jesusmystik. Nur so schafft Jesus ach Gemeinschaft unter uns.‘ (LJF 629) Er ontstaat gemeenschap met Jezus, als we onze wil ‘in’ die van hem ervaren en onszelf in hem ‘terugvinden’.

De paradox van Albert Schweitzer brengt hem tot de beroemd geworden, magistrale slotzin waarmee hij zijn boek afsluit:

als een onbekende en naamloze komt hij tot ons, zoals hij aan de oever van het meer toekwam op de mannen die niet wisten wie hij was. Hij zegt dezelfde woorden: jij daar, volg mij! En zo stelt hij ons voor de taak die Hij in onze tijd moet volbrengen. Hij gebiedt. En aan degenen die Hem gehoorzamen, aan wijzen en onwijzen, zal hij zich openbaren in wat zij in gemeenschap met hem aan vrede, succes, lijden en strijden zullen ervaren. En als een onuitsprekelijk geheim zullen zij vernemen wie hij is.’ (LJF 630)

In een brief uit 1931, als hij dus al lang en breed tropenarts in Afrika is, zal hij dan erkennen:

alles ligt besloten in het slotwoord van de Leben-Jesu-Forschung … Jezus heeft mij gevangengenomen al vanaf mijn vroege jeugd. …. Dat ik naar Afrika ging is uit gehoorzaamheid aan Jezus. Mijn ontwikkeling is zonder welke breuk dan ook verlopen.’[11]

De latere arts Schweitzer is dezelfde als de theoloog; er loopt een rechte lijn van Straatsburg en Lambarene. Schweitzer verlaat het geloof in een persoonlijke God, en komt tot mystieke pantheïstische levensbevestiging. De Vader van Jezus wordt ‘het onbegrijpelijke oneindige leven’, Jezus’ gebod van de liefde wordt ‘eerbied voor het leven’.[12] Maar Christus bleef Heer ook over de religieloze Albert Schweitzer. Albert Schweitzer: een gelovige die de theïstische God afwijst, maar Jezus volgt.

 ”..  een geloof dat niet gebonden is aan het dogma, maar zich alleen laat binden door de geest van Jezus zelf. En daarom moet altijd weer opnieuw beginnen. Kan dat?”

Dat is de vraag waarmee ik begon. Ik dacht dat ik door Schweitzer alleen maar sceptischer zou worden. Maar ik word door hem alleen maar meer bevestigd: de 19e eeuwse liberale theologie leed schipbreuk, niet omdat ze op zoek ging naar de historische Jezus, maar omdat ze dacht dat ze hem te snel had gevonden. In al hun vrijzinnigheid bonden ze de ‘historische Jezus’ aan de vooroordelen van hun eigen grootburgerlijke geborneerdheid. Je kunt echter, ontdekte Schweitzer, alleen de echte Jezus ontmoeten als je je bewust bent van zijn radicale vreemdheid, waarin hij zich aan je begrip onttrekt. Alleen door hem te laten terugkeren tot zijn eigen geschiedenis, kan hij deelgenoot worden van de jouwe.

Dat is een paradox waar ik niet over uitgedacht raak. En misschien is hij ook niet (theo)logisch op te lossen, maar enkel in een praktische Christusmystiek te leven.[13] Schweitzer is in zijn confrontatie met zijn perceptie van de historische Jezus overweldigd door iets of iemand groter en sterker dan hemzelf, en hij heeft zich daaraan gewonnen gegeven. Zonder enige geloofsdwang of intellectueel offer, wijdt Schweitzer zijn leven aan iets dat, of iemand die volledig beslag op hem heeft gelegd. Met zijn volledige vrije instemming. Aan Schweitzer kun je zien hoe radicaal vrijzinnige theologie is.

De derde golf in het Jezusonderzoek

Ik denk dat Schweitzer’s spoor nog steeds de moeite waard is: laat christelijk geloof telkens opnieuw beginnen bij en met Jezus van Nazareth (of bij wat we van hem weten) en ga dan na of je gehoor wil geven aan het appel dat deze Jezus op je doet.[14]

We weten inmiddels meer en andere dingen omtrent Jezus van Nazareth dan een eeuw geleden. We weten meer over zijn historische context, er zijn verrassende archeologische vondsten gedaan en nieuwe teksten ontdekt, er is betere methodologie. Bij de interpretatie van de opbrengsten ervan speelt ook mee dat onze culturele horizon ondertussen ingrijpend is veranderd. ‘Jezus’ is nu niet meer een binnenkerkelijke aangelegenheid, maar een sleutelfiguur in de culturele evolutie uit de axiale periode in het spoor van de Hebreeuwse profeten, met Boeddha, Lao-tze en Confucius.[15] Kerkelijke theologen hebben niet langer het monopolie op de betekenis van Jezus. In het post-christelijk tijdperk raken ook seculiere onderzoekers en historici in hem geïnteresseerd.[16]

We kunnen geen complete biografie van Jezus schrijven, daarvoor zijn er te weinig data bekend. Maar we kunnen best een paar conclusies over hem trekken. Ook al weten we niet wie hij precies was, we kunnen toch relatief zeker zijn van de soort van dingen die hij zei, het soort handelingen die hij verrichtte, de soort persoon die hij was.[17]

Ik ben geen historicus of bijbelwetenschapper, en moet net als u afgaan op wat Nieuw Testamentici ervan zeggen en dat kritisch beoordelen. Maar afgaan op de plausibel gemaakte expertise van anderen, dat is niet erg – dat doen we ook als het om geneeskunde of klimaatwetenschap gaat.[18]

Het eerste dat ik dan leer is dat we aan Albert Schweitzer zelf niet veel meer hebben bij het beantwoorden van die vraag. Zijn idee van Jezus als de ontgoochelde apocalyptische profeet is inmiddels hoogst omstreden.[19] Schweitzer, zegt John Dominic Crossan, de meest prominente hedendaagse onderzoeker naar de historische Jezus, deed hem recht met zijn leven, maar ging in de fout met zijn reconstructie.[20]

Misschien begon Jezus ooit, als leerling van Johannes de Doper, radicaal apocalyptisch. Maar hij gaat een eigen, andere weg. Hij verstaat het Koninkrijk Gods meer vanuit de joodse wijsheidstraditie dan apocalyptisch, meer als een zaak van ethiek voor het hier en nu, dan als een kosmische gebeurtenis straks.[21] Het Koninkrijk Gods blijft bij Jezus iets eschatologisch, maar eschatologie moet je verstaan als een radicale afwijzing van hoe deze wereld reilt en zeilt, en een appel en uitnodiging om vanaf nu je te laten meenemen in een radicaal ander leven. Jezus belichaamt dat in een egalitaire, open tafelgemeenschap, en in genezingen waarmee hij mensen hun waardigheid weer teruggeeft.

Veel van de hedendaagse Jezusonderzoekers zijn op een of andere manier verbonden met het Jesus Seminar, een groep van zo’n vijftig bijbelwetenschappers, actief vanaf 1985, onder leiding van Robert W. Funk (1926 -2005). Hun conclusie dat naar alle waarschijnlijkheid slechts 20% van de woorden die de evangeliën Jezus laten zeggen echt aan hem kunnen worden toegeschreven, en de overige 80% hem in de mond wordt gelegd door de eerste generaties christenen, oogst ontzetting in orthodoxe hoek.[22]

Maar mensen als Robert W. Funk, John Dominic Crossan (1943) en Marcus J. Borg (1942 – 2015) verantwoorden hun methodologie en bronnen uitvoerig en argumenteren zorgvuldig. Het beeld dat deze nieuwe onderzoekers van Jezus schetsen schuurt, confronteert, vervreemdt, ontzet, snijdt in eigen vlees. Het brengt onrust, heilige onrust. Voor hoeders van zekerheden kan het Jezusonderzoek een pijnlijke confrontatie vormen. Maar het is als het bezoek aan de tandarts: leuk is het niet, maar het houdt je geloof gezond.[23] De Jezusonderzoekers hebben goed naar Schweitzer geluisterd. Ze presenteren hun Jezus niet als de enige echte, het resultaat van hun bevindingen niet als de vondst van de Heilige Graal.[24] Ze hebben afscheid genomen van het positivistische geloof in ‘feiten’, maar ook van het liberale narcisme, dat zich wentelt in de eigen Jezusprojectie. Hun Jezusreconstructie is – in de woorden van Crossan – interactief: verleden en heden zijn voortdurend kritisch met elkaar in gesprek, en laten elkaar niet met rust. Onze beste theorieën en methoden zijn nog steeds onze theorieën en methoden. Volgende generaties zullen telkens weer opnieuw met hun reconstructie komen.[25] Zolang we de Christus van vandaag linken aan de Jezus van toen, zal elke tijd zijn eigen reconstructie van de historische Jezus moeten maken, zijn levensloop in haar theologie willen vervlechten, precies zoals ook de vier evangeliën dat al deden. Er is maar één Jezus waarop ze teruggaan, een mens van vlees en bloed, en dat is de historische.

Eschatologische levenskunst

Welk beeld van Jezus ontstaat uit het werk van deze hedendaagse onderzoekers? Ik noem een paar elementen:[26]

Vertrouw het leven

In zijn publieke optreden spreekt Jezus spreekt nauwelijks direct over God zelf, en presenteert zich niet als bijbeluitlegger. Hij ontwikkelt geen Godsleer, maar leeft uit directe godservaring. Jezus doet niet aan theologie, maar leeft in joyeus vertrouwen op de goddelijke Voorzienigheid. Het gaat hem niet om geloof in God, maar om de presentie van zijn Rijk. Leef als de mussen op het dak en de lelies op het veld. Vraag en het word je gegeven, zoek en je zult vinden, klop en je wordt opengedaan. Maak je geen zorgen, je leeft er geen uur langer door. Geloven is: je overgeven aan deze definitie van werkelijkheid die je uiteindelijk voor waar houdt, tegen de politieke uitbuiting van machthebbers en de religieuze verdrukking van het establishment in. Je wint het leven door je eraan te verliezen – die paradox (dezelfde die ook Albert Schweitzer bezielde) kenmerkt wellicht de essentie van zijn leven. Er is geen beter symbool daarvoor dan het kruis.

Het rijk van God als een radicaal nieuwe manier van leven

Het is Jezus niet om God, maar om het Koninkrijk van God te doen. Hoe hij precies over apocalyptiek dacht blijft een open vraag.[27] Maar de feestende Jezus staat ver af van zijn mentor, de vastende Johannes; niet wie zich bekeert maar wie is als de kinderen komt het Rijk binnen. Jezus legt alle nadruk op het hier en nu. “Zeg niet: ‘kijk hier! Of Kijk daar! Maar het Koninkrijk van God is midden onder u.” (Lucas 17: 20 – 21, vgl. Evangelie van Thomas 3; 113) In het domein van God sta je anders in het leven, ga je anders met andere mensen om, ontstaat een andere samenleving, een alternatieve tegenwerkelijkheid. Het is verborgen, en onzichtbaar voor luie en onwillige ogen. In die zin is het een utopie, ja. Maar tegelijk is het een pantopie – het is overal, voor wie er maar deel aan wil hebben.[28] Het Koninkrijk is een publiek geheim.

Jezus’ visie is Cruyffiaans: ‘je ziet het pas als je het door hebt.’  Jezus moet de term Koninkrijk van God met ironie gebruikt hebben. Zijn God lijkt immers in niets op de koninklijke monarch, die de Davidische troon in Israël weer zal herstellen, zijn Rijk heeft niets van een kosmisch imperium. Het Rijk Gods is het on-koninklijke rijk van een on-koninklijke god, een Rijk voor nobodies, voor kinderen en bedelaars, van een god van niks.  ‘Gefeliciteerd, jullie armen! Het rijk is aan jullie’ – wie zoiets zegt, moet wel gevoel voor humor hebben.

Aards en lichamelijk

Het Rijk van God is aards en lijfelijk. Ook al zijn de meeste wonderverhalen (nee, Jezus liep niet over het water, nee hij wekte geen doden op) later in de evangeliën ingevoegd, Jezus moet een Heilpraktiker, een magische performer geweest zijn, meer dan alleen een woordkunstenaar. Jezus beschikt over therapeutische gaven en preekt met zijn handen.[29] ‘Ziekten’ heeft hij wellicht niet kunnen genezen, maar wel maakt hij mensen beter.[30]

Er is, behalve seks, niets fysieker, intiemer en socialer dan samen eten en drinken. Met wie, waar, hoe en wat je eet, weerspiegelt in het klein hoe je wereld in het groot eruit ziet. Jezus deelt de tafel met, en komt thuis bij iedereen, hij eet bij voorkeur met mensen zonder maatschappelijk aanzien: vrouwen, kinderen, tollenaars en mensen van dubieus allooi.[31] Hij geeft niks om eer, schaamt zich nergens voor.[32] Hij heeft lak aan morele codes en conventies en aan de religieuze zuiverheidscultus.  Het Rijk van God doorbreekt radicaal religieuze en etnische grenzen en hiërarchieën. Het is radicaal egalitaristisch.

 Theopoetiek – de retorische Jezus

In de oudste lagen van het Thomasevangelie, waarvan in 1945 een volledige koptische versie in Nag Hammadi werd ontdekt, is Jezus geen apocalyptische heilsprofeet, maar eerder een filosoof. Hij opereert in een stijl die doet denken aan de urbane hellenistische Cynici, maar op een hoogst joodse, eigenzinnige plattelandsmanier. Hij drukt zich uit in aforismen en parabels (en nooit op een andere manier, zie Math 13:34!) – zo bijzonder dat toehoorders er blijkbaar veel van onthouden hebben.

‘Het Koninkrijk Gods is als een…’  De gelijkenissen gaan over volstrekt alledaagse gebeurtenissen. Over feestjes en etentjes, reizigers die worden overvallen, zoons op het verkeerde pad, corrupte ambtenaren, arme boeren, kostbare parels, over mensen die honger hebben of verdriet, over vogels en bloemen. ‘There is a crack in everything, that’s how the light gets in.’ De metafoor is voor hem geen verpakking, maar de boodschap zelf. Wie een gelijkenis probeert uit te leggen maakt ‘m – net als een sterke mop – stuk. Alleen wie meegaat in de vertelling, zich eraan overgeeft, zich erin verliest, krijgt er deel aan.

Jezus is een poëet, een theo-poëet.[33] Hij schept de ruimte waarin God het voor het zeggen krijgt. Hij zet het Rijk Gods niet op de tijdslijn in de toekomst, maar stelt het present in de verbeelding.  Het is er, maar altijd zo, dat het er nooit is, maar altijd komt. En het komt niet anders, dan door er zelf aan deel te nemen. Crossan noemt dat Jezus’ permanente (of later: ethische) eschatologie.[34]

Het on-koninklijke Rijk van een god van niks

Een almachtig Opperwezen heeft in Jezus’ Rijk van God niks te zoeken. John D. Caputo heeft gelijk als hij schrijft: ‘De dwaasheid van dit Koninkrijk van God heeft geen God nodig. Eigenlijk zou het Opperwezen hier alles bederven.’ En: ‘Als bij de verhoring van de vurige bede uit het Onze Vader ‘Uw Rijk kome’ het Opperwezen zou verschijnen, in al zijn glorie, omgeven door al zijn engelen, zittend op zijn troon, en de volkeren rondom hem vergaderd (Math. 25: 31-32) – dat zou slecht nieuws zijn, slechter dat dit kan het niet. Het zou het gebeuren dat schuilgaat in de naam van de God van Jezus tegen houden.’[35]  De God van Jezus is in theïstische ogen een nobody, een God van niks.

Trouw en verraad

Stel dat de Jezusonderzoekers gelijk hebben met hun veronderstelling dat slechts 20% van zijn woorden authentiek zijn. Dan nog doet de Jezus die daar aan het woord is een onontkoombaar appel op hen die het horen willen. John Dominic Crossan verzint een dialoogje tussen hem en Jezus:

 “I’ve read your book, Dominic, and it’s quite good. So now you’re ready to live by my vision and join me in my program?”

“I don’t think I have the courage, Jesus, but I did describe it quite well, didn’t I, and the method was especially good, wasn’t it?”

“Thank you, Dominic, for not falsifying the message to suit your own incapacity. That at least is something.”

“Is it enough, Jesus?”

“No, Dominic, it is not.”[36]

 In eeuwen na zijn dood werd dit evangelie van Jezus, even ongemakkelijk als verleidelijk, gaandeweg tot: Jezus als evangelie. Jezus verkondigde het Rijk van God, maar de kerk verkondigde hem. Hij riep op tot anders, aards leven, maar werd zelf middelpunt van een religie.[37]

De geschiedenis van het christendom is een mengeling van trouw en verraad aan Jezus van Nazareth.[38] We ‘moeten weer opnieuw beginnen met een schone theologische lei’, schrijft Robert Funk van het Jesus Seminar, als hij het Jezusonderzoek relevant wil maken voor een seculiere tijd.[39] Funk ziet de hele christelijke traditie tot nu toe eigenlijk als een geschiedenis van verval, waarin de radicaliteit van Jezus constant is afgezwakt, tegenstemmen zijn gesmoord en afwijkende visies verketterd. De werkelijkheid is ingewikkelder. ‘Wie zijn leven verliest omwille van het Rijk van God die zal het behouden’ – als dat de radicale levenswet is die Jezus praktiseerde, dan zijn veel mensen trouw aan hem geweest, binnen en buiten de christelijke traditie, bewust of onbewust.

Religie is daarvoor geen voorwaarde; sterker nog: zij kan je ernstig daarbij hinderen. Godsdienst kan een geleider zijn naar de geest van Jezus, maar kan de ontmoeting met hem ook onmogelijk maken. De historische Jezus vraagt om permanente religiekritiek.  Reject God, but follow Jesus.

De hedendaagse Jezusonderzoekers staan daarin niet ver af van Schweitzer en Bonhoeffer.

‘Alles Metaphysische der Religion kann ich als unerforschlich dahingestellt sein lassen,‘ schreef Albert Schweitzer anderhalf jaar voor zijn dood.[40]

En Bonhoeffer, komt in de gevangenis tot een nieuwe omschrijving van transcendentie:  ‘Unser Verhältnis zu Gott ist kein “religiöses” zu einem denkbar höchsten, mächtigsten, besten Wesen – das ist kein echter Transzendenz – sondern unser Verhältnis zu Gott ist ein neues Leben in der Teilnahme am Sein Jesu. (…) Das „Für-andere-Dasein“ Jesu ist die Transzendenzerfahrung.‘ (Entwurf einer Arbeit).[41]

Waarom wijden deze Jezusonderzoekers zich een leven lang aan de ‘historische Jezus’? Om dat te begrijpen moet je ze denk ik niet alleen als wetenschappers zien, maar ook als mystici, dronken van deze van God doordrenkte man, de God van niks, de God van nobodies.[42] Ze zijn slachtoffer van de theo-poëtiek van Jezus van Nazareth.

Tot slot, bij wijze van conclusie. Als het christelijk geloof een religie is, dan is het een bizarre, onmogelijke, schandalige religie in zijn bewering dat ‘het Woord vlees geworden is’ (Joh. 1:14). Voor wie daar niet los van kan komen, blijft de vraag wie de mens Jezus was van belang. In onze tijd en cultuur beantwoorden we die vraag met historisch onderzoek. Wat de opbrengst daarvan voor ons betekent, dat is aan jou en mij – en niet aan de historicus. Maar, zo eindig ik nu, evenmin aan de theoloog. Het ergste wat je immers met de radicale vreemdheid van Jezus kunt doen is haar onschadelijk maken in een leer over Christus, een christo-logie. Als we toch niet aan theologie kunnen ontkomen – en ik doe de hele tijd hier al niks anders – laat het dan een apofatische christologie zijn, een die begint en eindigt met zwijgen.[43]

De herinnering aan Jezus kan nooit een levensbeschouwing, leer, traditie of religie worden, zonder dat ze het gevaar loopt dat ze wordt afgeplat, versimpeld, gedomesticeerd – verraden. Elke keer als dat gebeurt, wordt het tijd om weer opnieuw te beginnen.[44]

-0- 

AANTEKENINGEN

[1] Albert Schweitzer, Geschichte der Leben-Jesu-Forschung. J.C.B. Mohr (Paul Siebeck): Tübingen (9e druk 1984; oorspronkelijk 1906) [in het vervolg in de tekst: LJF], 42

[2] John Dominic Crossan, The Birth of Christianity. Discovering What Happened in the Years Immediately after the Execution of Jesus. HarperSanFrancisco: San Francisco 1998, 23.

[3] Ik begon eerder een artikel met de zeepkistredenaar: ‘Christelijke ethiek na “God” ’, in: Theo Boer (red.), Schepper naast God? Theologie, bio-ethiek en pluralisme. Essays aangeboden aan Egbert Schroten. Van Gorcum: Assen 2004, 79 – 93, 79.

[4] Dietrich Bonhoeffer, Verzet en Overgave. Nieuwe editie. Ten Have: Baarn 1972, 313

[5] Idem, 234.

[6] Arne Jonges, Angst voor de mythe. Of de zoektocht naar de ‘historische Jezus’. Van Warven: Kampen 2018, 53.

[7] Schweitzer blijft zijn leven lang vasthouden aan deze these, die hij in zijn Habilitationsschrift aan de universiteit van Straatsburg in 1902 ontvouwt. Zijn exegese van Matheus 10 (de uitzending van de discipelen) is daarin cruciaal: hoe kan Jezus eerst zeggen dat het Rijk komt voordat zijn leerlingen terug zullen keren van hun missie, als hij zelf vervolgens ervaart dat hij er met zijn voorspelling naast zit? Dit pijnlijke gegeven kan de evangelist nooit zelf bedacht en in de tekst ingevoerd hebben. (Erich Gräßer, Albert Schweitzer als Theologe. J.C.B. Mohr (Paul Siebeck): Tübingen 1979, 65v.)

[8] Geciteerd bij Gräßer, a.w. 82 (uit de Skizze, 1902).

[9] ‘… hier weiß Schweitzer sich im Besitz eines Wissens, das durch keine wissenschaftliche Einwendungen zu entkräften ist. Es entstammt in letzter Instanz der Erfahrung in persönlicher Begegnung.’ (W. Picht, Albert Schweitzer. Wesen und Bedeutung, Hamburg 1960, geciteerd bij Gräßer, a..w. 78)

[10] Schweitzer erkent dat de ‘unüberbrückbare Kluft’ niet door ‘Modernisiering der Person Jesu’ is te overbruggen. (Zie Gräßer, a.w. 79)

[11] Geciteerd bij Ulrich Luz, ‘Albert Schweitzer als Theologe’ (http://www.akademie-berlingen.ch/wp-content/uploads/Albert-Schweitzer-als-Theologe.pdf).

[12] Uit een preek in Straatsburg, uit 1919, geciteerd bij Luz, a. art.

[13] Als je Schweitzer’s ‘theologie’ op formule wilt brengen, ziet zij er ongeveer zo uit: Christelijk geloof = de historische waarheid omtrent Jezus + praktische Christusmystiek. Dat heet bij hem ‘vrije’ religiositeit, in onderscheid van kerkelijk ‘gebonden’ religiositeit. (LJF 629).

[14] ‘The complete visionary and mystic exerts an influence only upon other visionaries like himself, and his influence soon passes. The man of practical wisdom, alert in worldly matters only, merely influences the brain while leaving the heart untouched; and never in this world was anything great achieved unless the heart, deeply stirred, has played its part. Only where mystic faith is yoked with practical prudence does there follow a strong, enduring result. And of such a nature was the influence exerted by Jesus of Nazareth upon his followers, and, through them, upon succeeding generations. Such is the force of Jesus’ influence.’ (Joseph Klausner, Jesus of Nazareth (1925), geciteerd bij John Dominic Crossan, The Historical Jesus. The Life of a Mediterranean Peasant. HarperOne: San Francisco 1991, 303).

[15] Zie daarvoor mijn Gevoel voor verhoudingen. God, evolutie en ethiek. Kok: Kampen 1997, 163 – 170.

[16] Ik noem onderzoekers als E.P. Sanders (1937), John Dominic Crossan (1934), Markus Borg (1942 – 2015) en Robert Funk (1926 – 2005), die op hun beurt weer auteurs als bisschop John Shelby Spong, de Australiër Lloyd Geering of de Brit Don Cupitt inspireerden tot titels als ‘Jesus for the Non-religious’ en ‘Christianity without God’. Ze geloven niet in een supranaturalistisch Opperwezen dat vanuit de hemel zijn zoon Jezus naar de aarde stuurt om voor onze zonden aan het kruis te sterven. Ze noemen zich panentheïst, of a/theïst, maar zijn ondertussen net als Schweitzer een leven lang in de ban van Jezus van Nazareth.

[17] Marcus Borg, Jesus: A New Vision. Spirit, Culture, and the Life of Discipleship. HarperSanFrancisco: San Francisco 1987, 15. Een treffende vergelijking geeft Morton Smith, Jesus the Magician, geciteerd bij Crossan, Jesus. A Revolutionary Biography, ix: ‘Trying to find the actual Jesus is like trying in atomic physics, to locate a submicroscopic particle and determine its charge. The particle cannot be seen directly, but on a photographic plate we see the lines left by the trajectories of larger particles it put in motion.’

[18] Voor een instructief overzicht online over de stand het onderzoek, met een presentatie van de meest bekende onderzoekers (en hun onderlinge controverses), zie http://www.earlychristianwritings.com/theories.html

[19] Het oordeel van Gräßer, a.w. 89, is vernietigend: Schweitzer’s schets van de historische Jezus “ist eine Gestalt, die vom Dogmatismus Schweitzers entworfen, von seiner Phantasie belebt und von seiner historischen Dichtung in ein Geschichtliches Gewand gekleidet wurde.” Schweitzer reconstrueerde als eerstejaars student theologie – en dienstplichtig militair – aan de hand van Mattheus 10 een coherent verhaal waarin hij zowel het Messiasgeheim als het moeten lijden van Jezus in een logisch verband kon brengen, maar liet zich vervolgens nooit meer iets aan inzichten uit kritische tekstonderzoek gelegen liggen. (zie Schweitzer, ‘Aus meinem Leben und Denken‘ (1931), in: idem, Gesammelte Werke in fünf Bände. C.H. Beck: München z.j., Band 1, 28 – 30)

[20] Crossan, The Birth of Christianity. Discovering What Happened in the Years immediately after the Execution of Jesus. HarperSanFrancisco: San Francisco 1998, 277v. De 19e eeuwse poging tot een reconstructie van de historische Jezus – de zgn. eerste golf – lag na Schweitzer lange tijd stil; hij had de theologische drive om erin te investeren helemaal weggenomen. Rudolf Bultmann (1884-1976), maar ook Karl Barth (1886-1968) – ze zagen er niets in. Zij zetten hun theologie liever in bij de Christus van het geloof dan bij de Jezus van de geschiedenis. De historische Jezus trekt zich terug in de mist van de geschiedenis, maar is ook irrelevant voor het geloof.  Dat begint bij de opstandingservaring van zijn volgelingen. De Jezus van vóór Pasen kan alleen in het licht van die ervaring worden begrepen, en zo hebben ook de vier evangeliën zijn verhaal theologisch gereconstrueerd.

Maar staat de aardse Jezus dan helemaal los van de hemelse Christus? Is hij alleen een symbool, en berust het christendom dan toch op een mythe? Heeft Arne Jonges dan toch gelijk? Een tweede golf van onderzoek, vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw, wilde die verdenking wegnemen. Joodse geleerden als Geza Vermès en David Flusser lieten zien hoe joods Jezus was geweest.

In de jaren negentig kwam een derde golf van onderzoek op gang, waar we nog middenin staan. De toename in cross-culturele antropologische kennis van het jodendom en mediterrane cultuur ten tijde van Jezus, archeologische vondsten in de hellenistische steden Tiberias en Sepphorus, de ontdekking van de Dode Zee rollen in 1947 en kort daarvoor, in 1945 een complete koptische tekst van het Thomasevangelie in Nag Hammadi, de inzet van sociaalwetenschappelijke methoden, de herontdekking van de gelijkenissen en hun wortels in de wijsheidstraditie als sleutel tot de boodschap van Jezus – ze leveren fascinerende nieuwe impulsen op voor het onderzoek naar de historische Jezus.

[21] Bart D. Ehrman, Jesus. Apocalyptic Prophet of the New Millennium. Oxford University Press: Oxford 2002, blijft bij die hypothese. Vgl. ook Paula Fredriksen, Jesus of Nazareth, King of the Jews. Vintage Books: New York 2000,  97: “Moving backward along a trajectory from later text to earlier text to, finally, Jesus himself, we might hypothesize a gradient of increasing apocalyptic intensity.” Idem, 197: “Jesus shared with John the same urgent message to prepare for God’s fast-approaching Kingdom.”

[22] The Search for the Authentic Words of Jesus. The Five Gospels, by Robert Funk, Roy Hoover and the Jesus Seminar, Macmillan Publishing Co: New York 1993. Crossan, The Historical Jesus, xiii – xxvi, zet ze handzaam bij elkaar. Zie ook Robert W. Funk and the Jesus Seminar, The Gospel of Jesus according to the Jesus Seminar, Polebridge Press 1999. Lijkt hun 20% Jezus niet uiteindelijk verdacht veel op een seculiere Californische goeroe? Het is waar, soms lijken leden van het Jesus Seminar, kinderen van de secularisatie, ook wel erg graag persoonlijk te willen afrekenen met de kerk van hun jeugd. Het is goed om je dat te realiseren. Omgekeerd lijken ook hun critici een dubbele agenda te hebben en de klassieke doctrine coûte que coûte te willen redden. Over de rug van de historische Jezus wordt er ideologische strijd geleverd.

[23] Robert W. Funk, Honest to Jesus. Jesus for a New Millenium. HarperSanFrancisco: San Francisco 1996, 23.

[24] Daarom heeft Crossan, Birth of Christianity, 44, moeite met de term ‘(Third) Quest’ (geïntroduceerd door N. Thomas Wright). De term suggereert een positivistische kijk op het onderzoek, alsof historici niet altijd bezig zijn met een wisselwerking tussen toen en nu. De ‘historische Jezus’ is voor hem niets anders dan: ‘the past Jesus reconstructed interactively by the present through argued evidence in public discourse.’ (idem, 30)

[25] Crossan, Birth of Christianity, 43.

[26] Ik verwijs naar o.a. Funk, Honest to Jesus en van dezelfde: A Credible Jesus. Fragments of a Vision. Santa Rosa: Polebridge Press 2002; Marcus Borg, Jesus: A New Vision. Spirit, Culture, and the Life of Discipleship. San Francisco: HarperSanFrancisco 1987; Crossan’s, The Historical Jesus en The Birth of Christianity.

[27] Crossan, The Historical Jesus, 304. De niet-apocalyptische Jezus is karakteristiek voor het Jesus Seminar. Voor een discussie, zie  Robert J. Miller, ed., The Apocalyptic Jesus. A Debate; the Fellows of the Jesus Seminar. Onder meer Dale C. Allison Jesus of Nazareth. Millenarian Prophet, Minneapolis: Fortress Press, meent dat je zeker bij de vroege Jezus apocalyptische trekken niet kunt ontkennen.  Is het Koninkrijk Gods nu volgens Jezus toekomstig, heden, op aarde of in de hemel? E.P. Sanders, The Historical Figure of Jesus, 178, neemt een tussenpositie in: “The simplest and in some ways the best view to take of the complicated question of the kingdom in the teaching of Jesus is that he said all the things listed above – or things like them. There is no difficulty in thinking that Jesus thought that the kingdom was in heaven, that people would enter it in the future, and that it was also present in some sense in his own work.”

[28] Funk, A Credible Jesus, 89, die Jezus’ Koninkrijk niet apocalyptisch leest zoals Schweitzer, maar veeleer tegen de achtergrond van de wijsheidstraditie. Ook Crossan, The Historical Jesus, 265vv., 282v., 292, doet dat, zonder het eschatologische – verstaan als de radicale ontkenning van deze onrechtvaardige wereld – te ontkennen.

[29] Crossan, The Historical Jesus, 315. Hij bevrijdt mensen van wat men dan ‘demonen’ noemt (even raadselachtig als reëel verbonden met Romeins kolonialisme als onze depressies met neo-liberalisme).

[30] Vgl. ook mijn ‘Public Theology and Health Care’, in: Sebastian Kim and Katie Day, eds. A Companion to Public Theology,  Leiden: Brill 2017, 325 – 346.

[31] ‘The Kingdom of God is about food and drink – that is, about divine justice for material bodies here on material earth.’ (Crossan, The Birth of Christianity, 422)

[32] Crossan, The Historical Jesus, 262, spreekt van Jezus’ ‘egalitarian commensality’, in ‘society’s mesocosmic mirror, the table as the place where bodies meet to eat.’ (met een verwijzing naar Lucas 14:12-14) idem, 341: “They share a miracle and a Kingdom, and they receive in return an table and a house. Here, I think, is the heart of the original Jesus movement, a shared egalitarianism of spiritual and material resources.’

[33] Funk, Honest to Jesus, 161: ‘Jesus may be described as a strong poet’. Funk ontleent de term aan Harold Bloom voor wie een ‘strong poet’ een dichter is die vervreemding oproept. ‘… you encounter an uncanny startlement rather than a fulfillment of expectations.’

[34] John Dominic Crossan, In Parables. The Challenge of the Historical Jesus. Harper & Row: San Franscisco 1973, 26.

[35] John D. Caputo, The Folly of God. A Theology of the Unconditional. Polebridge Press: Salem 2016, 112v.

[36] Crossan, Jesus. A Revolutionary Biography, xiv.

[37] ‘Jezus roept niet op tot een nieuwe religie, maar tot het leven’. (Bonhoeffer, brief 18 juli 1944, WE 302)

[38] Crossan, The Historical Jesus, 424. Helen K. Bond, The Historical Jesus. A Guide for the Perplexed, T&T Clark: London/New York 2012, 58: “The Gospels reflect the impact Jesus made on his earliest followers, and to a large extent this impact is the historical Jesus, or as close as we are ever likely to get to him”, haalt de – wat Crossan noemt –  ‘dialectiek’ tussen Jezus en zijn receptie eruit. De overtuiging dat ‘Jezus leeft’ kan overigens op meer manieren worden uitgedrukt dan alleen in het (al dan niet lichamelijke) opstandingsgeloof. Crossan, Jesus. A Revolutionary Biography, 165: ‘My point is not that Paul was wrong but that his emphasis on resurrection was but one way of expressing early Christian faith and should not be taken as normative for all others.’

[39] ‘Funk, Honest to Jesus, 301. Vgl. idem 298: ‘The event of a new age has brought with it the chance to start over’.

[40] “Ich habe immer klarer erkannt, dass die einzige Wahrheit und das einzige Glück darin besteht, unserem Herrn Jesus zu dienen, da, wo er uns nötig hat. … Ich verehre den Jesus von Nazareth des Evangeliums des Matthaus als meinen Führer im Leben. Durch ihn komme ich zur Geistigkeit des Frommseins.  Alles Metaphysische der Religion kann ich als unerforschlich dahingestellt sein lassen. Der Jesus von Galiläa, der aus dem Matthäusevangelium zu mir spricht, lehrt mich die tiefe Menschlichkeit und Frömmigkeit und hilft mir, Menschen auf diesen Weg zu bringen.” (G. Franz, Briefwechsel, 86, geciteerd bij Erich Gräßer, Albert Schweitzer als Theologe, 263)

[41] Widerstand und Ergebung, 414. Ook bij hem een intense Christusmystiek, tot in zijn laatste, radicaal wereldlijke theologie toe. Deelhebben aan de ‘Christuswirklichheit’ , zoals Bonhoeffer geloven in de Ethik noemt, is geen zaak van confessie, maar van existentiële overgave, waar reflectie achteraf op mogelijk is, maar die zelf geen zaak van denken is. “Bonhoeffer’s Verständnis von Wirklichkeit als Christuswirklichkeit ist Ausdruck eines persönlichen Deutungsschemata, das als implizites Vorwissen die eigene Wahrnehmung strukturiert und leitet. (…) über das Verständnis der Wirklichkeit als solche wird nicht einmal noch einmal hinaus gefragt. Rezeption und Akzeptanz des Werkes Bonhoeffers hangen damit eng mit Billigung, Ablehnung oder Unverständnis seines Wirklichkeitsverständnisses zusammen.“ (Peter Frühmorgen, Das Leben niet-religiös interpretieren. Eine empirisch-theologische Studie im Anschluss an Dietrich Bonhoeffer, Würzburg: Ergon Verlag 2016, 28)

[42] John Shelby Spong, Jesus for the Non-Religious. HarperCollins: San Francisco 2007, 214.

[43] Vgl. Bonhoeffer, het begin van zijn Christologie-colleges, 1933. ‘Von Christus reden heißt schweigen. Von Christus schweigen heißt reden.’ (Dietrich Bonhoeffer, Werke. Band 12.  Kaiser: München 1997, 280) Vgl. ook lied 528 (Huub Oosterhuis) uit het Liedboek van de Kerken met de regels: ‘Midden onder u staat hij die gij niet kent’; ‘… geen mens herkent Hem, Hij wordt gewoon verzwegen.’ En: ‘God die wij aanbidden is ons rakelings nabij’ en lied 527:  ‘Als een woord zijt Gij gegeven, als een nacht van hoop en vrees, als een pijn die ons geneest, als een nieuw begin van leven.’

[44] Funk, Honest to Jesus, 162.

Tom de Haan – 2 juni 2017, Presentatie Heilige Onrust, Keizersgrachtkerk Amsterdam

1) De Veerman
Je zult maar in Santiago geboren zijn. Kun je nooit meer besluiten er heen te lopen, zoals Stevo Akkerman bijvoorbeeld. Die schreef maandag in Trouw dat hij wandelschoenen kocht voor zijn pelgrimage. Hij overweegt zelfs, terwijl hij zuinig moet zijn met bagage, Frits boek mee te nemen. Ik lees het, en denk: Doe dat niet!
Dat komt omdat ik theoloog ben, en altijd twijfel of ik nu meer moet studeren op heilige teksten, of er op uit moet en meer moet gaan leven en ervaren. En ik neig naar het laatste: De camino gaat boven het boek. Benieuwd hoe Frits daar zelf over denkt. Maar ik vermoed dat hij ook denkt: Er is een tijd om te pelgrimeren, en een tijd om te lezen.

Lees verder »

Recensie Loving later life –an ethics of aging, TGE

Lange F de. Loving later life –an ethics of aging. Grand Rapids (USA), William B. Eerdmans, 2015. 169 blz. (Engelstalig). ISBN: 978-0-8028-7216-6. Prijs: $ 19, 00.

Het fameuze chanson Les Vieux Amants van Jacques Brel is in Nederland vooral bekend geworden onder de titel ‘Liefde van Later’, in een prachtige vertaling van Lennaert Nijgh. Hoogleraar ethiek Frits de Lange heeft in zijn boek Loving later life op een geheel andere maar even originele wijze ‘de liefde voor later’ beschreven. Zijn kernpunt is dat veel van de problemen die we ervaren in en met de huidige ouderenzorg voortkomen uit het feit dat we in onze levensloop te weinig leren houden van onze oudere ik, en van de oudere ander. De Lange beargumenteert dit niet alleen vanuit de christelijke traditie waarin hij zelf geworteld is, maar evenzeer vanuit klassieke en hedendaagse filosofische teksten, en moderne gerontologische en geriatrische concepten, zoals ‘frailty’. De Lange heeft zo een interessant boek geschreven, dat aanbeveling verdient voor menig student en professionals in de ouderenzorg. Waarom? De notie van het gebrek aan liefde voor het oudere (kwetsbare) lichaam, maakt het nog alom aanwezige ‘ageisme’, van negatieve vooroordelen jegens ouderen, beter begrijpelijk. Het verklaart ook goed waarom studenten niet snel kiezen voor een beroep in de ouderenzorg. De Lange laat met passages uit de Bijbel, van theologen als Karl Barth, proza van Arthur Frank en poëzie van Yeats en Browning echter zien dat het ook mogelijk is liefdevol te verouderen. Juist in relatie tot de in onze cultuur weinig aantrekkelijk geachte kwetsbare oudere, biedt dat kansen voor een beter leven en betere hulpverlening. Meer leren houden van je eigen kwetsbaarheid en vervolgens van je kwetsbare naaste, predikt De Lange niet als simpel panacee, maar wel als alternatief paradigma voor onze technocratische gezondheidszorg. Dat doet hij op een wijze die ook voor niet-gelovigen, voor niet- christelijk en voor niet-filosofisch geschoolden de moeite waard is. Zoals Brel laat horen, laat De Lange lezen hoe liefdevol leven later kan zijn.

Prof. dr. Marcel Olde RikkertHoogleraar Geriatrie; Hoofd Afdeling Geriatrie/ Radboudumc Alzheimer CentrumRadboudumc, Nijmegen

Tijdschrift voor Geneeskunde en Ethiek, jaargang 26 – nr. 2 – 2016, p. 65